Nieuws/Binnenland
805141103
Binnenland

VWS: ’Dansen met Janssen’ vanwege zomervakantie, niet om kapotte koeling

Den Haag - Het besluit afgelopen zomer om jongeren direct na één prik met het Janssen-vaccin al toe te laten in het nachtleven, heeft niets te maken met een storing in de koeling waar vaccins lagen opgeslagen. Dat zegt een ministeriewoordvoerster in reactie op een bericht van televisieprogramma Propaganda.

In de uitzending van donderdagavond wordt gesteld dat begin juni een lading vaccins dreigde te bederven door een storing in de koeling en dat daarom werd besloten ze aan jongeren te geven. Zo zouden de vaccins niet verloren gaan. Jongeren werden verder over de streep getrokken door ze in het vooruitzicht te stellen dat ze direct weer zouden kunnen uitgaan, aldus Propaganda. Per 26 juni ging het nachtleven weer open met toegangsbewijzen.

Maar de connectie tussen de kapotte koeling en ’dansen met Janssen’ is er niet, zegt een woordvoerster van VWS. Volgens haar was er inderdaad begin juni een storing in een koelkast waar ongeveer 1200 vaccins lagen opgeslagen. Maar de opening van het nachtleven met toegangsbewijzen was pas op 26 juni. Zo lang zijn ongekoelde vaccins niet houdbaar, aldus de woordvoerder. De keuze werd bovenal gemaakt omdat de vakantie eraan kwam en het kabinet zorgen had dat jongeren dan de ziekte zouden oplopen.

Oproep

Volgens de zegsvrouw zijn de vaccins uit de kapotte koelkast niet verloren gegaan. De GGD waar de vaccins lagen opgeslagen, deed een oproep op sociale media om de prik te halen. Daar zaten volgens de VWS-woordvoerder jongeren tussen, maar ook ouderen. Jongeren konden toen nog direct een zogeheten ’groen vinkje’ krijgen in de CoronaCheck-app, waarmee ze naar nachthoreca mochten. Voor Janssen is slechts één prik nodig. Na iedere (volledige) vaccinatie was het groene vinkje direct beschikbaar.

Dat werd teruggedraaid op 10 juli, nadat het openen van het nachtleven met toegangsbewijzen tot een explosie van besmettingen had geleid. Demissionair premier Mark Rutte en coronaminister Hugo de Jonge maakten later excuses voor de „inschattingsfout.”