Nieuws

Lezers hebben voorliefde voor kleine musea

Bijzondere schuilplekken

Zijn er eigenlijk nog wel prachtige doch onontdekte musea in dit overvolle landje, vroeg ik me vorige week af. Want het lijkt wel of je overal in de rij moet staan, waarna binnen een schier ondoordringbare mensenmassa wacht. Stuur mij de pareltjes!

Uit alle inzendingen blijkt een grote voorliefde voor het kleine museum dat zich zonder subsidie, maar met heel veel enthousiaste vrijwilligers dapper staande weet te houden. Bezoekers proeven daar de toewijding. En dan mag er misschien eens ergens een stofje liggen of een bordje scheef staan, dat maakt het bezoek eigenlijk alleen maar leuker…

Van sommige suggesties had ik echt nog helemaal nooit gehoord; terwijl meerdere lezers het Museum RockArt in Hoek van Holland noemen. „Met recht de schatkamer van de Nederlandse popmuziek”, schrijft Paul van Riet. In RockArt zijn de originele boordstudio van Radio Veronica en de mengtafel van de Soundpush Studio te zien. Maar ook originele instrumenten, podiumkleding en gouden platen van Nederlandse en buitenlandse popartiesten.

Musea horen eigenlijk niet helemaal ’af’ te zijn (als dat al mogelijk is), want het is alleen maar interessant om te zien hoe wordt gewerkt aan uitbreidingen. Ankie Sluijter bezocht in het Groningse Warffum het Openluchtmuseum. Kleinschalig, midden in het dorp en volgens Ankie zeer de moeite waard: „Onlangs heeft het museum een oud tbc-huisje geschonken gekregen. Dat wordt nu in verband met een leerproject helemaal gerestaureerd en dat is te bezichtigen. Een aanrader!”

Soms krijg ik mail waaraan ik in eerste instantie geen touw kan vastknopen. Marian Maarseveen bezocht tijdens het varen van de Elfsteden-Staande-Mast-route in Friesland het dorpje Birdaad (de Friezen zeggen Burdaad). In een zijstraatje ontdekte zij „het leukste museum van Nederland. Ooit was de oliekachel ontploft in het huisje van melkventer Ruurd Wiersema en noodgedwongen ontstond de mooiste naïeve schilderkunst!” Pardon? Na enig zoeken op internet kwam ik erachter dat melkventer Ruurd (1904-1980) een enthousiast amateurkunstenaar was, hij beschilderde alles wat op zijn weg kwam tot de kolenkit aan toe. Na het ontploffen van zijn oliekachel ging hij inderdaad over tot het beschilderen van de berookte muren, waarna eigenlijk één groot kunstwerk ontstond. „Een geweldig groot verhaal in een klein museum”, schrijft Marian.

Het noorden van ons land blijkt over een heleboel redelijk onontdekte musea te beschikken. Ook meerdere mailtjes kreeg ik binnen over Museums Vledder (dat is geen tikfout, zo heet het officieel) in natuurlijk het Drentse Vledder. „Vooral de afdeling over valse kunst is interessant”, weet Ina Trompetter. Hier komen alle trucs aan bod, maar ook de verhalen over de meester-vervalsers zoals Han van Meegeren en Geert Jan Jansen. Wat is het verschil tussen een vervalsing en een kopie en hoe voorkom je dat je zelf wordt opgelicht?

Niet bepaald onontdekt (dit tiende jaar van openstelling verwachten ze de miljoenste bezoeker), maar wel genoemd door de meeste lezers: het Gevangenismuseum in Veenhuizen. „Niet alleen heel educatief, de geschiedenis van misdaad en straf in Nederland, maar er is ook heel veel te doen voor kinderen. Je mag onder leiding van een gids een gevangenis bekijken en je kunt met een speciale boevenbus door het prachtige dorp rijden”, zegt Hennie Appel. „Je kunt zelfs overnachten in bewaarderhuisjes.”

Dan nog maar even een greep uit alle reacties: Cor Kappen is een groot fan van het Muzeeaquarium in Delfzijl, Jac Veraart gaat voor Het Markiezenhof in Bergen op Zoom. Het Klok & Peel-museum in Asten is de favoriet van Henny van Veen, terwijl Ina Bulthuis een lans breekt voor Museum Mohlmann in Appingedam. „Zonder enige subsidie of steun opgezet door de realistisch werkende schilder Rob Mohlman, samen met zijn vrouw en muze Laura (1949-2010).” Ook bij Ina weer een grote voorliefde voor het kleinschalige, particuliere initiatief. Zoals een lezer laat weten: „Bijzondere schuilplekken in een steeds verder verhardende wereld, waar alles alleen nog maar om geld draait.”