817298
Nieuws

Oneerlijke polisvoorwaarden (2)

In mijn laatste column ging het over de oneerlijke en onrechtmatige bepaling die in vrijwel alle polisvoorwaarden is opgenomen, namelijk dat de kosten van de eigen deskundige, de contra-expert, door de verzekeraar zullen worden vergoed, maar niet meer dan dat de verzekeraar aan zijn eigen expert moet betalen. Op die manier wordt het recht van de verzekerde om zelf zijn schade vast te stellen, ernstig ingeperkt.

Afgelopen week kreeg ik andere oneerlijke beperking onder ogen, nota bene bij een verzekeraar die zich de beste schadeverzekeraar van Nederland noemt, de NH1816. Het gaat dan om de vrije keuze van de eigen expert.

Afwijken verboden

De wet - artikel 7:959 van het Burgerlijk Wetboek - bepaalt zonder enige beperking dat redelijke kosten tot het vaststellen van de schade gemaakt, ten laste van de verzekeraar komen. Dat is een streng artikel, want het artikel daarna - 6:963 - bepaalt bovendien dat van dat artikel NIET mag worden afgeweken!

Dat betekent dat je bij een schade iemand - een expert - in de arm mag nemen die de schade voor je gaat vaststellen en dat de kosten daarvan voor de verzekeraar komen. De doorsnee consument is immers niet deskundig daarin. Schadevaststelling is een vak, en ieder zijn vak, zo simpel is het.

Beperking

Maar wat zegt de Noord-Hollandse ineens in haar polisvoorwaarden? Die maakt deze wetsregel een stuk beperkter, door voor te schrijven dat een expert bij het NIVRE moet zijn ingeschreven. Anders worden de kosten van de deskundige niet vergoed. Deze zelfbenoemde "beste verzekeraar van Nederland" heeft dus lak aan de wet.

Belang van verzekeraars

Het Nivre, het Nationaal Instituut Voor Register Experts, is een belangenvereniging voor experts waar een expert zich kan laten registreren. Om uiteenlopende redenen zijn niet alle experts in Nederland bij het Nivre aangesloten.

Het komt ook voor dat experts die altijd bij het Nivre waren ingeschreven, zich om principiële redenen laten uitschrijven omdat ze het niet eens zijn met de positie en het handelen van het Nivre. Het Nivre zou volgens deze ingewijden teveel van verzekeraars afhankelijk zijn en teveel met het belang van verzekeraars rekening houden. Dit ten nadele van de klant.

Voor de hand

Als je de werking van het schaderegelingsysteem in Nederland bekijkt, dan is die aanname best wel voor de hand liggend.

Het Nivre is sinds haar oprichting begin jaren 90 een grote organisatie geworden die zich later ook met opleidingen is bezig gaan houden. Je kunt je afvragen waarom het Nivre dan eigenlijk niet al veel eerder bestond en hoe de schadevaststelling voorheen in zijn werk ging. Immers, het vaststellen en begroten van een schade gebeurt al sinds mensenheugenis door experts. Feit is dat de opdracht tot expertise vrijwel uitsluitend van de verzekeraar komt en daarmee is er onmiskenbaar een sterke band ontstaan tussen twee grote belangenorganisaties: die van de experts (Nivre) en die van de verzekeraars (Het Verbond van Verzekeraars). Op papier strikt gescheiden en geheel autonoom, doch in de praktijk zeer nauw met elkaar verweven.

Pagina verwijderd

Om zo goedkoop mogelijk expertise in te kopen hebben verzekeraars prijsafspraken gemaakt met - Nivre aangesloten - expertisebureaus. Van het grootste bureau, CED Expertise, zijn de aandelen zelfs eigendom van de gezamenlijke verzekeraars. Dit stond altijd onder de webpagina ’shareholders’ op de website van CED, maar sinds dat er steeds meer onderzoek komt naar het misbruik van het woord "onafhankelijk" is deze pagina onlangs verwijderd.

Behalve het Nivre zijn er - het zal niemand verbazen - nog andere belangenorganisaties voor experts. We hebben Reco (Register Contraexperts) waarvan de leden zich hebben gecommitteerd om nooit voor een verzekeraar te zullen werken. Deze verplichting is uiteraard om geheel onpartijdig te kunnen blijven en om bij schadevaststelling niet gehinderd te worden door afhankelijkheid. Het zal geen verbazing wekken dat die organisatie om die reden stukken kleiner is dat het Nivre. Tevens is het voor de hand liggend dat deze twee brancheorganisaties niet geweldig goed met elkaar door één deur kunnen.

Daarnaast zijn er nog veel meer andere verenigingen van experts die hun eigen specialisme kennen, zoals de Federatie TMV (alle roerende zaken) VBE (brandveiligheid) de NVEP (pleziervaartuigen) VEKRB (binnenvaart), VIA (arbeidsbemiddeling), NVAE (agrarisch), en zo kan ik nog wel even doorgaan. Expertiseverenigingen genoeg dus!

Niet aangesloten

Tenslotte zijn er uiteraard ook experts die nergens (meer) bij zijn aangesloten. Dat kunnen bijvoorbeeld experts zijn die voor eigen rekening of in deeltijd werken, of experts die vervroegd gepensioneerd zijn. Of experts die in hun ’gewone baan’ een specifieke expertise hebben geleerd, bijvoorbeeld in de bouw, scheepvaart, of als bedrijfskundige. Het zijn in elk geval mensen die zeer wel weten waar ze het over hebben, maar die niet bij een organisatie willen aangesloten zijn. Sommigen om de doodeenvoudige reden dat het lidmaatschap hen teveel geld kost en het -volgens hen - te weinig oplevert.

Gedegen expertise

Vanuit hun positie zijn de experts die niet voor verzekeraars werken vaak in de goede zin van het woord vakidioten die vooral gaan voor een gedegen expertise en principieel niet voor een snelle commerciële broodwinning. Ze worden immers niet gehinderd door prijsafspraken met, en afhankelijkheid van verzekeraars.

Als je als consument dus een eigen deskundige (contra-expert) mag kiezen, dan ligt het voor de hand dat je een expert zou moeten kunnen kiezen die onafhankelijk is. Maar met de bepaling van de NH1816 dat een expert, omdat anders zijn kosten niet worden vergoed, bij het Nivre aangesloten moet zijn, wordt de vrije expertkeuze zoals die wettelijk en expliciet is vastgelegd, om zeep geholpen.

Dit staat haaks op de inhoud van de Gedragscode Verzekeraars en de Gedragscode voor Expertise Organisaties, waarin ’het belang van de klant centraal staat’. Of zou het daarin zo bejubelde "klantbelang" slechts een reclameleus zijn?