Nieuws/Binnenland
818537
Binnenland

'Laat zorgjongeren van 18 jaar niet vallen'

Verschillende behandelingen, meerdere instellingen, steeds weer een andere behandelaar of begeleider. Het is misschien begrijpelijk dat jongeren in de jeugdzorg daar 'zorgmoe' van worden en blij zijn dat ze er vanaf zijn als ze achttien jaar worden. Maar veel van hen „vallen in een gat” als ze ineens geen coach meer hebben of een plek waar ze zorg krijgen. Daarom vindt Kinderombudsman Marc Dullaert dat jeugdbeschermers, hulpverleners en gemeenten samen maatregelen moeten treffen.

Elk jaar worden ongeveer 6000 kinderen die onder de kinderbescherming vallen volwassen. „Ze mogen dan zelf beslissen of ze gebruik willen maken van hulp, terwijl ze vaak niet in staat zijn om de gevolgen van hun eigen handelen te overzien”, aldus Dullaert.

Dullaert vindt dat jongeren al op hun 16e met hulpverleners om de tafel gaan om plannen te maken voor als ze 18 worden. Er moet door middel van een risicotaxatie ook gekeken worden of een jongere van 18 wel in een veilige omgeving terechtkomt als de hulpverlening dan is opgehouden.

Hij ziet momenteel geen mogelijkheden om jongeren die na hun 18e verjaardag uit een instelling of pleeggezin komen, hulp op te leggen. De ministers van Volksgezondheid en Veiligheid en Justitie moeten uitzoeken of verplichte hulpverlening mogelijk kan worden gemaakt. Een rechter zou dan iets op kunnen leggen dat lijkt op een ondertoezichtstelling.

Aanleiding voor het onderzoek van Dullaert is de zaak rond de Groningse Daniëlla (20), die in 2013 door haar stiefvader werd vermoord. Tientallen instanties hadden contact gehad met het gezin, maar al deze instanties keken alleen naar hun eigen 'deel'. „Er is geen gezamenlijk plan tot stand gekomen voor het gezin, geen van de betrokken professionals had de rol van regisseur met de bijbehorende bevoegdheden”, stond in een vernietigend rapport over de zaak. Stiefvader Geert W. kreeg 18 jaar gevangenisstraf en tbs, haar moeder kreeg acht jaar cel.