Nieuws/Binnenland

’We zijn allemaal een beetje Sjuul’

Sjuul Paradijs is vertrokken als hoofdredacteur van De Telegraaf. Zijn vertrek is keihard aangekomen bij de redactie, want mr. J.J.M. Paradijs is de belichaming van de grootste krant van Nederland.

De redactie kan het zich nog niet voorstellen want het dna van de krant zit in alle poriën en vezels van zijn lichaam. Bij zijn geboorte lag hij al aan het infuus van De Telegraaf.

Hij was de aanvoerder van de enige volkskrant van Nederland. Iemand die als geen ander aanvoelt hoe de samenleving werkelijk in elkaar steekt en hoe je daar over moet schrijven. Als zoon van een hardwerkende bakker in de Amsterdamse Pijp (’Wees wijs, eet brood van Paradijs’) leerde hij op jonge leeftijd al keihard werken en zelf je verantwoordelijkheid te nemen. Hij moet niets hebben van profiteurs, bureaucraten, criminelen, domme betweterige politici, zakkenvullende managers, domme racisten, of mensen die hun eigen falen altijd afschuiven op de overheid.

Hij bouwde een indrukwekkende, journalistieke carrière op. Kwam als jong broekie op de financiële redactie en schreef al meteen onthullende reportages over directeuren die de kluit belazeren. Hij werd chef parlement, schreef de rubriek Stan Huygens Journaal, werd adjunct en later hoofdredacteur en directeur.

Voldoening

„Vrijwel al mijn wensen zijn in vervulling gegaan”, zei hij gistermiddag met een milde glimlach van voldoening.

Hij ontmoette vorsten en presidenten en de machtigste industriëlen op aarde. Een van de eerste personen die hem gisterochtend belden, was premier Rutte toen hij het nieuws van Sjuuls vertrek vernam.

Maar Sjuul is in de eerste plaats een man van het volk. En dat zijn z’n lezers.

Bijna dagelijks belde hij lezers die hun abonnement, meestal om financiële redenen, dreigden op te zeggen. „Als ik dan drie lezers in tien minuten kon overtuigen om te blijven, heb ik mooi ruim 900 euro voor de krant verdiend. Dat is meer dan de dikst betaalde manager verdient”, zei hij gistermiddag met een vette knipoog. Paradijs heeft niets tegen grootverdieners, maar hij haat schandalig betaalde managers die likkend omhoog en trappend naar beneden louter lucht verkopen.

Geliefd

Sjuul is geliefd. Ruzie krijgen met de scheidende hoofdredacteur is niet gemakkelijk. Dan heb je je voorgenomen om hem eens flink de waarheid te zeggen. Komt-ie langs met een doos taartjes, of een voortreffelijke wijn. Of hij zegt: „Ik kom vanavond bij je eten. Kan je vrouw dan stamppot rauwe andijvie met spekkies en een bal gehakt maken. Dat krijg ik nooit.”

Tja, wat moet je dan met je woede?

Zijn werklust is ongeëvenaard en hij erkende ook dat hij zich soms als een bullebak gedroeg, want je kan niet van iedereen verlangen dat je dag en nacht voor de krant klaar staat.

Zelf deed hij dat wel, zeven dagen in de week van ’s ochtends zes uur (kranten lezen, naar de radio luisteren) tot ’s avonds elf uur, want zeven uren slapen had hij toch wel nodig.

Voetbalwedstrijd

En als hij op de zaterdagochtend een voetbalwedstrijd van zijn zoons bijwoonde, belde hij ook weer langs de zijlijn, want om de hele tijd naar voetballen te kijken… Niet dat het altijd hogeschooldiscussies opleverde. Hij wilde vaak weten wat je ’s avonds at, of hoe het met het gezin ging.

Hoofdredacteuren zoals Sjuul Paradijs sterven uit in dit technocratische IK-tijdperk. Honderd procent liefde voor de werkgever kun je in dit tijdperk misschien niet meer verlangen.

Altijd en overal was hij inzetbaar en aanwezig. Zo woonde hij tientallen begrafenissen van (oud)collega’s bij en sprak daar. Ook als hij de persoon nooit had meegemaakt. „Dat hoort gewoon bij mijn taak als hoofdredacteur.”

Kerstconcert

Zijn creativiteit en ideeën zijn legendarisch en onuitputtelijk. De Young Captain Awards, het Telegraaf Kerstconcert, de introductie van een afslankgoeroe, twee pagina’s voor de huishoudrubriek. Het zijn maar een paar voorbeelden. Soms moest de redactie wel eens het hoofd schudden. Zoals met zijn actie om Spaanse zwerfhonden naar Nederland te halen. Alsof we zelf al niet genoeg asielhonden hebben. Als je zei dat je dat drie keer niks vond, hield hij gewoon voet bij stuk en verscheen een week later op de redactie met zijn Spaanse bastaardhond Messi.

Niet zelden werd Paradijs door sommige media afgeschilderd als een rechts-rabiate hoofdredacteur. Deze mensen begrijpen er niets van. Hij was er vooral voor de ’kleyne luyden’. Dat was al eeuwen geleden de benaming voor het gewone volk, de hardwerkende Nederlander met een doodgewoon salaris. De kurk waar de economie op drijft, de ware helden van de samenleving. Zoals zijn overleden vader en moeder met wie hij als familieman een intense band had. Sjuul is het toppunt van ’doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’.

Afgevallen

Op zijn eerste werkdag op 12 november 1986 bij ons stadsblad De Echo kocht zijn moeder een mooi pak voor hem. ‘Want je moet er wel een beetje netjes bijlopen’. Op zijn laatste werkdag droeg hij ook weer een mooi pak. In de tussentijd bijna 90 kilo afgevallen, wat duidt op een onvoorstelbare discipline.

Zijn Telegraaf is zijn alles, maar hij verlaat zijn krant zonder zichtbare wrok. Zelfs zijn grootste vijanden – azijnpissers daargelaten – houden een beetje van Sjuul. Want Sjuul is Sjuul en De Telegraaf en hij deugt.

Reputatieschade

Over zijn vertrek worden in het openbaar geen mededelingen gedaan. Dat zou volgens de directie tot reputatieschade voor de vertrekkende hoofdredacteur kunnen leiden.

Ha, ha. De reputatie van Sjuul Paradijs staat fier overeind. Nu, straks en in de toekomst. We zullen nog veel van hem horen.

Oudgediende en eindredacteur Binnenland Jan-Albert Sterkman, beter bekend als JAS, zei het gisteren treffend op de redactie. „We zijn allemaal een beetje Sjuul.”