822997
Binnenland

Hipec-therapie blijkt effectiever dan gedacht

Langer leven met buikvlieskanker

Patiënten met uitgezaaide darmkanker in het buikvlies hebben een betere overlevingskans dankzij een combinatie van chirurgie en verwarmde chemotherapie. Jarenlang stond deze behandeling op een laag pitje.

Uit nieuwe gegevens van het Catharina Ziekenhuis te Eindhoven blijkt dat patiënten dankzij de zogenoemde ’Hipec-behandeling’ nu gemiddeld ongeveer drie jaar langer leven.

Volgens oncologisch chirurg dr. Ignace de Hingh van het Catharina Kanker Instituut werden de nu bereikte resultaten vijftien jaar geleden landelijk voor onmogelijk gehouden. Nu bedraagt de gemiddelde vijfjaarsoverleving na Hipec zelfs 25 tot 30 procent.

De behandeling, Hypertherme Intraperitoneale Chemotherapie (Hipec), werd in 1995 in Nederland geïntroduceerd en omvat een combinatie van chirurgie én buikspoelingen met hoge doses chemo. De chirurg verwijdert eerst alle zichtbare uitzaaiingen op het buikvlies en in de buikholte, waarna tijdens de operatie verwarmde chemotherapie wordt rondgepompt in de buikholte. Hiermee worden mogelijk achtergebleven uitzaaiingen aangepakt.

Kosten

Het Antoni van Leeuwenhoek (AVL) in Amsterdam startte destijds, als tweede centrum ter wereld, met Hipec-behandelingen. Aanvankelijk trapte de ziekenhuisleiding op de rem, omdat ze ’de kosten te hoog en de effecten onvoldoende’ achtte.

„In die jaren waren er nauwelijks behandelmogelijkheden en was de overlevingsduur nog slechts drie tot zes maanden”, zegt De Hingh, die steeds is blijven geloven in de therapie. „Bovendien werd kanker van het buikvlies gezien als een fatale ziekte waartegen geen kruid gewassen bleek. Nu hebben we de behandeling en de eventuele complicaties beter in de hand, kunnen we ook preciezer inschatten bij welke patiënt de behandeling wel of niet aanslaat en of de patiënt het aankan; kortom, we weten wat de grenzen zijn.”

Nu het positieve effect van de behandeling wetenschappelijk bewezen is, wordt de therapie inmiddels in negen gespecialiseerde Nederlandse centra uitgevoerd. Toch blijken, aldus De Hingh, nog altijd veel Nederlandse artsen onvoldoende op de hoogte van de mogelijkheid en de procedure van een Hipec-behandeling. „Patiënten krijgen soms in het ziekenhuis of van de huisarts te horen dat ze niet meer behandeld kunnen worden of dat de behandeling voor hen te zwaar zal zijn.”

Grotere groep

In Nederland worden jaarlijks 250 tot 300 patiënten met buikvlieskanker geopereerd, het Catharina Kanker Instituut doet daarvan tachtig Hipec-behandelingen. De Hingh: „Wij weten echter dat de totale groep groter is, 540 volgens het Integraal Kankercentrum Nederland. Het is daarom van belang dat over patiënten die in aanmerking zouden kunnen komen, meteen wordt overlegd met een gespecialiseerd centrum.”

De Hipec-behandeling wordt ook uitgevoerd in de academische ziekenhuizen van Groningen, Nijmegen, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam, in het AVL en het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht/Nieuwegein.