Nieuws/Binnenland

'Tot het gaatje' voor redden vluchtelingen

„We gaan tot het gaatje als het moet om vluchtelingen te redden.” Dat zegt de commandant van de Nederlandse missie Triton. Deze missie voert met een kustwachtvliegtuig grenscontroles uit voor de Europese organisatie Frontex.

De tragedie zondag met vluchtelingen voor de kust van Libië waarbij ruim achthonderd mensen verdronken, laat zien hoe belangrijk deze missie is, stelt kapitein Casper Beek van de luchtmacht. Hij is zelf ook een van de vliegers.

„Het gaat bij ons nu niet anders dan normaal”, vertelt hij. „De ramp beïnvloedt ons werk niet. Als we aan het werk gaan, moet je professioneel zijn. Je weet van te voren nooit wat je tegenkomt. Onze taak is grensbewaking, maar we zullen ons uiterste best doen om te helpen.”

Het ANP mocht bij hoge uitzondering mee met een vlucht, waarin werd gepatrouilleerd in sector Mike 3 ten zuidoosten van Sicilië. Er werd 'slim' gevlogen om brandstof te besparen en daardoor zoveel mogelijk kilometers te kunnen vliegen op zoek naar vluchtelingen.

„Bij vluchtelingen in nood gaan we tot het gaatje. We berekenen dan welke hoeveelheid brandstof we minimaal nodig hebben om veilig aan land te komen”, licht Beek toe. „We wijken dan desnoods uit naar een vliegveld dat dichterbij is, omdat we dan onze thuisbasis in Sigonella niet meer halen.”

Het kustwachtvliegtuig wordt bemand door twee piloten van de luchtmacht en marine en twee waarnemers van de marechaussee en douane. De spotters turen in de kleine maar zeer wendbare Dornier 228-212 vier uur lang de zee af door de raampjes van het toestel. Als ze iets zien, hebben ze ieder een controlepaneel waarop ze een camera kunnen bedienen en op een object kunnen inzoomen en dat bekijken. Tijdens de vlucht signaleren ze zelfs een pallet in de golven.

Deze keer zien ze echter geen vluchtelingen, zoals het team zaterdag wel deed. Toen vonden de Nederlanders op een zeiljacht van niet meer dan 15 meter maar liefst 78 op elkaar gepropte vluchtelingen. Vaak worden deze risicovolle oversteken georganiseerd door mensensmokkelaars. Uiteindelijk konden deze mensen veilig aan land worden gebracht door een ingeschakelde kustwachtboot.

Beek benadrukt wel dat 'het menselijke' hem en zijn team zeker niet in de steek laat. „Als je 's avonds op je hotelkamer zit, laten de beelden van de ramp je als mens niet koud. Ik zag beelden van een kindje, dat doet je wel wat.”