Nieuws/Binnenland

Hockeymeisjes op 't Belse Lijntje

Wandelen rondom Tilburg

Vroeger bestond het gebied rond Tilburg vrijwel geheel uit uitgestrekte heidevelden. Ze werden begrazen door schapen, wier huid werd gebruikt in de wol- en leerindustrie. Om de wol te reinigen en het leer te looien, bewaarden de Tilburgers hun urine in kruiken. Kruikenzeikers is dan ook de carnavalsnaam van de Tilburgers. De omgeving is nog steeds mooi en weids, maar schapen kom je bijna niet meer tegen.

We beginnen ons rondje bij het in 2003 geopende treinstation Reeshof, dat in een vrijwel nieuwe woon- en werkwijk ligt. Op de parkeerplaats bij het station pikken we de geelgroene nummerpaaltjes van routesinbrabant.nl op. Ze leiden ons naar de Bredaselaan, die in Breda overigens Tilburgseweg heet.

Handig om te weten als je tussen beide plaatsen reist. Overgestoken wandelen we naar het natuurgebied de Oude Leij. Na een stukje bos zoeken we daar de randen op van een aantal nog braakliggende akkers, die grenzen aan de 27 holes golfbaan van Prise d’ eau, waarvan het fraaie clubhuis van de golfbaan even verderop aan de Gilzerbaan ligt.

De Blaak

Na een flink stuk fietspad slaan we af De Blaak in, waar boswegen ons naar de gelijknamige fraaie woonwijk brengen. Oorspronkelijk was dit agrarisch gebied, maar inmiddels is het volgebouwd met woningen voor de zeg maar wat meer draagkrachtige Tilburgers. De wijk heeft liefst 28 vijvers, die met elkaar zijn verbonden en een totale wateroppervlakte hebben van circa zes hectare.

Ze verfraaien de wijk niet alleen, maar worden ook gebruikt om overtollig water op te vangen. Een gemaal loost het water vervolgens op het riviertje de Donge. Het deel dat niet is bebouwd, wordt onderhouden door Schotse Hooglanders die vreemd genoeg in omheinde weilanden staan te grazen.

We wandelen De Blaak uit over een fietspad dat is aangelegd op het voormalige traject van het zogenaamde Belse Lijntje.

 

Zo’n anderhalve eeuw geleden begon deze streek zich aan de armoede te ontworstelen door de opkomende industrie. Mede daarom werd het aantal treinverbindingen flink uitgebreid. Met de aanleg van een spoorwegverbinding tussen Tilburg en het Belgische Turnhout hoopte men een schakel te worden in de spoorverbinding Amsterdam-Parijs.

Helaas bleef het Belse Lijntje ondanks al deze investeringen een stukje spoorrails van niets, dat in 1934 dan ook voor personenvervoer werd gesloten. In de jaren zeventig kwam er ook een eind aan het goederenvervoer, terwijl een toeristisch treintje het eveneens niet lang uithield. Zo’n vijfentwintig jaar geleden werden de rails weggehaald en over het spoortracé een fietspad aangelegd dat Tilburg via Baarle-Nassau met België verbindt.

Natuurgebied

U wandelt hier door de Kaaistoep, dat zich stilletjesaan heeft ontwikkeld tot natuurgebied. Het gebied is ontstaan rond het waterwingebied van de Tilburgsche Waterleiding Maatschappij. Sedert 1994 is er een natuurontwikkelingsproject gaande. Er zijn poeltjes gegraven, het bos wordt gevarieerder gemaakt en de landbouwgrond laat men verschralen, waardoor weer bloemrijke graslanden kunnen ontstaan.

Het gebied gaat over in het landgoed Heidepark-Vredelust, ooit particulier bezit van rijke Tilburgse textielfabrikantenfamilies. Het Heidepark was van de familie Straeter en Vredelust van de familie Mutsaerts. Beide landgoederen zijn aangelegd in Engelse landschapsstijl met slingerende paden, waterpartijen en alleenstaande zomereiken in weilanden. Vanaf 1970 werden ze opgekocht door de gemeente Tilburg en opengesteld voor het publiek. Het landhuis Vredelust is kortgeleden voor 150.000 euro gekocht door ondernemer Didier Deleuil, die er een sterrenrestaurant wil beginnen.

Paardenstaartjes

Onderweg vele hockeymeisjes. Bijna allemaal met blonde paardenstaartjes en in speeltenue fietsend op weg naar het prachtige complex van hockeyclub Tilburg aan de Bredaselaan.

Op de parkeerplaats is het zo druk dat er verkeersregelaars zijn ingeschakeld. We wandelen verder langs de Oude Warande, een van de weinige nog intact zijnde sterrenbossen in Nederland, en komen het laatste stuk op weg terug naar station Reeshof door een deel van het Stadswandelbos dat in de jaren dertig van de vorige eeuw als werkverschaffingsproject is aangelegd.

Dit bos wordt bezongen in een liedje van Guus Meeuwis, die in Tilburg studeerde: ’Ik weet een bankje in het Wandelbos en de wereld staat daar stil’. Kunnen we alleen maar beamen. Als zo vaak in nieuwbouwwijken is het hier doodstil en kan je amper geloven dat er zo’n 40.000 mensen wonen.

Reacties: jduijs@telegraaf.nl

BELSE LIJNTJE

De spoorverbinding Turnhout-Tilburg werd in 1867 geopend. Omdat men op veel internationaal vervoer rekende, bouwde de spoorwegarchitect Van Heukelom een nieuw station met een perron van liefst 164 meter lengte en een overkapping van 22 meter spanwijdte. Rond het enorme station verrees zelfs een compleet dorp voor het spoorweg- en douanepersoneel, Weelde Statie genaamd, dat overigens nog steeds bestaat.