Nieuws/Binnenland
834306925
Binnenland

Geblunder rondom verdwijning Lili en Howick

Asielkinderen Lili en Howick wisten in Nederlandse media veel aandacht te krijgen voor hun op handen zijnde uitzetting.

Asielkinderen Lili en Howick wisten in Nederlandse media veel aandacht te krijgen voor hun op handen zijnde uitzetting.

Den Haag - De Armeense kinderen Lili en Howick konden kort voor hun uitzetting verdwijnen door geblunder. Voorgdijinstelling Nidos schond afspraken, politieagenten werkten langs elkaar heen en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) voerde gebrekkige regie. Onduidelijk blijft hoe de kinderen precies de benen konden nemen.

Asielkinderen Lili en Howick wisten in Nederlandse media veel aandacht te krijgen voor hun op handen zijnde uitzetting.

Asielkinderen Lili en Howick wisten in Nederlandse media veel aandacht te krijgen voor hun op handen zijnde uitzetting.

Dat concludeert de Inspectie van Justitie en Veiligheid na een onderzoek, dat ruim een jaar heeft geduurd. „Door onvoldoende regie, onderling wantrouwen en het niet nakomen van afspraken is dit proces op onderdelen niet zorgvuldig uitgevoerd”, aldus de inspectie.

Er werd in aanloop naar de uitzetting volop politieke en maatschappelijke druk uitgeoefend om Lili en Howick in Nederland te houden. In de nacht voor hun geplande uitzetting verdwenen de kinderen. Voogdijinstelling Nidos, die hen onder haar hoede had, stelde niet te weten waar ze waren. De politie kon hen niet vinden. Met het oog op hun veiligheid verleende de staatssecretaris de kinderen een verblijfsvergunning.

Niet in bewaring

In de week van de waarheid ging het bij betrokken instanties mis, oordelen onderzoekers. „De justitiële organisatie die het vertrek van vreemdelingen regelt, heeft onvoldoende regie gehouden bij het toezicht op de kinderen. De DT&V wilde hen niet in bewaring zetten omdat ze dit schadelijk achtte voor deze kinderen”, concludeert de inspectie. „Daarom was ervoor gekozen dat Nidos tot hun uitzetting 24/7 op de kinderen zou letten. Deze voogdijorganisatie had echter niet de bevoegdheid de kinderen op te leggen om bij de jeugdbeschermers blijven. De DT&V had in dat licht bezien niet met die afspraak moeten instemmen.”

Nidos kwam vervolgens afspraken niet na, melden onderzoekers. „Zo spraken de DT&V en Nidos af dat de kinderen in een safehouse van Nidos zouden verblijven en niet in het huis van de grootouders. Dit adres was bekend bij sympathisanten en ze waren al eerder uit dit huis verdwenen.”

Een paar dagen voor het geplande vertrek bracht Nidos de kinderen er tegen de afspraken in toch naar toe om afscheid te nemen en om spullen op te halen. „Ook tegen de afspraken in, meldde Nidos dit niet aan de DT&V. Eenmaal bij de grootouders verdwenen de kinderen met onbekende bestemming.” DT&V hield ondertussen toezicht bij het safehouse waar Lili en Howick dus helemaal niet waren.

Politie

De politie ging eveneens de mist in. Over de verdwijning verschilden de opvattingen. Onduidelijk was of het een vermissing betrof of een strafbaar feit wegens onttrekking van minderjarigen, waarbij een grotere politie-inzet hoort. Dat zorgde voor onnodig tijdverlies.

Ook verliep onderlinge communicatie niet goed. „Agenten die bij het huis van de grootouders stonden, kregen de onduidelijke opdracht dat ze ‘een oogje in het zeil moesten houden’. Zij informeerden hun leiding en meldkamer in eerste instantie niet dat Lili en Howick daar waren.”

De inspectie heeft niet kunnen achterhalen hoe Lili en Howick konden verdwijnen. „De precieze toedracht rondom de verdwijning blijft onduidelijk. Het politieonderzoek biedt geen inzicht en verklaringen hierover van Nidos-medewerkers zijn inconsistent.”

De inspectie adviseert naar aanleiding van het kritische rapport ’vertrouwen te herstellen’ en ’afspraken na te komen’. Bovendien moet de DT&V de regie pakken.

Maatregelen

Staatssecretaris Broekers-Knol (Justitie) kondigt maatregelen aan. De VVD-bewindsvrouw is van mening dat de afspraken over de werkzaamheden van de Dienst Terugkeer & Vertrek én van een organisatie als Nidos aangescherpt moeten worden. „Zeker als minderjarige kinderen betrokken zijn, is het belangrijk dat het verloop van de procedure duidelijk is. Daarom moeten alle betrokken partijen goed samenwerken en hun taken goed uitvoeren. Dat is hier niet gebeurd.” Zij wijt dat vooral aan ’een gebrek aan communicatie’.