Nieuws/Buitenland
835328
Buitenland

ICC kan nog niks aan IS doen

Het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag kan nog vrijwel niets met een reeks beschuldigingen aan het adres van de beweging Islamitische Staat (IS). Het ICC heeft klachten doorgenomen over oorlogsmisdaden die zijn gepleegd in Syrië en Irak door terreurbeweging IS, maar kan er vooralsnog juridisch weinig mee. Dit zei de hoofdaanklaagster van het ICC, Fatou Bensouda, in een woensdag verspreide verklaring.

Het hof heeft onder de huidige omstandigheden geen bevoegdheid een officieel onderzoek in te stellen. Als betrokken staten zich extra zouden inspannen, is het misschien mogelijk om tot actie over te gaan, aldus Bensouda.

Het ICC stoelt op een verdrag van aangesloten landen. Irak en Syrië zijn daar niet onder. Het ICC komt alleen onder bepaalde voorwaarden in actie om volkerenmoord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken of te berechten. Het hof kan de gestelde voorwaarden omzeilen als de VN-Veiligheidsraad het ICC opdracht tot een onderzoek geeft.

Eventueel zou het ICC werk kunnen maken van misdaden die zouden zijn gepleegd door burgers van landen die wel bij het ICC zijn aangesloten, zoals Tunesië, Jordanië, Frankrijk, België en Nederland. Maar Bensouda ziet daar weinig in omdat IS vooral wordt geleid door mensen uit Irak en Syrië.

Het hof neemt zich doorgaans voor de hoogst verantwoordelijken te vervolgen. Dat lukt overigens niet echt. Het ICC ging in 2002 aan het werk en heeft negen onderzoeken in Afrika. Na ruim een miljard euro te hebben uitgegeven heeft het hof twee beklaagden veroordeeld, beiden uit Democratische Republiek Congo en beiden geen topfiguren uit de strijd in dat land.