Nieuws/Binnenland
839826
Binnenland

'Heeft u nog vragen?'

In afwachting van de definitieve uitslag van het biopt bezoek ik op mijn verzoek een chirurg. Ik ben dat knobbeltje zat. Ik ben het zat om ermee te leuren. Ik wil het weg hebben, ongeacht de uitslag. De chirurg, een jonge vriendelijke vrouw, zegt stellig dat er niet gesneden wordt als zij niet weet wat het is. Het lijkt immers op een onschuldig iets.

Ter onderbouwing stelt zij mij nog een paar vragen: heeft u gerookt, nee, hoeveel kinderen heeft u, 4, oh zoveel, ja, heeft u ze zelf gevoed, ja allemaal, hoe oud was u bij de 1e, 27, prima en komt het in de familie voor, nee niemand.

Wet van Murphy's

En dan is het ineens zo ver; ik mag bij de chirurg komen voor de uitslag. Maar het is de wet van Murphy's; het ziekenhuis belt de afspraak af. Ze hebben nog niet alle uitslagen binnen. 'Maar wat wel binnen is, is goed hoor mevrouw. Niets verontrustends!' En zo ga ik vier dagen later, even tussen werk door, alsnog naar de chirurg voor de complete uitslag. Zonder zenuwen, zonder angst.

Ik heb meer een soort van assertiviteit bij me. Ik had immers al beslist: haal het er toch maar uit, ook al is het niets. Ik zal vast als brugman moeten praten om dit voor elkaar te kunnen krijgen. Ze snijdt immers niet zonder noodzaak, maar ik wil toch echt baas in eigen borst zijn.

Ferry staat voor de ingang van het ziekenhuis op mij te wachten. Tot nu toe is hij steeds naar elk onderzoek en naar elke medicus mee geweest. Eerlijk gezegd vind ik dit vandaag een beetje zonde van zijn tijd. Hij is zelfstandige en alles wat niet gewerkt wordt, wordt niet verdiend. Het heeft al zoveel verspilde tijd gekost. 'Nog vragen'?

De chirurg haalt ons binnen en begint zonder enige inleiding te vertellen dat alles goed leek, maar dat uit de laatste test een kleuring naar boven kwam die een ernstige verdenking van kwaadaardigheid geeft. We zitten naast elkaar. Bewegen niet, vragen niets. Weg assertiviteit. De chirurg praat door. Het lijkt haar het beste dat de borst volledig geamputeerd wordt en dat er direct een reconstructie plaatsvindt. Daarom staat de plastische chirurg nu op ons te wachten. Zij doen samen de operatie. Hebben wij nog vragen? 'Huh, nee ik geloof van niet...'

Beduusd en emotieloos stappen we in de lift op weg naar plastische chirurgie. In de wachtkamer kijken we elkaar aan. 'Wat zei ze nou!?' Wat is een verdenking, waarom zo rigoureus, zijn er geen andere opties? De plastische chirurg is ook een heel prettig mens en legt haar vakgebied goed uit, maar we zijn te confuus. Ferry kan alleen de opmerking plaatsen dat het reconstrueren van een borst wel lijkt op een workshop cupcakes maken.

Dit is werkelijk het enige wat hem te binnen schiet. Bij mij gebeurt er niets, geen emotie. Eenmaal buiten gaan we allebei met eigen auto weer terug naar onze werkzaamheden. Terug in de discipline. Dat voelt het beste, het kwartje moet nog vallen...