Nieuws/Columns

Opinie

Geldt ’America first’ voor Zwarte Cobra?

Door John van den Heuvel

Al dertien jaar schrijf ik voor deze krant een column over misdaad. Regelmatig doe ik in de wekelijkse stukjes verslag van het wel en wee van de kopstukken in de Nederlandse onderwereld. Niet om ze op een voetstuk te plaatsen of criminaliteit te verheerlijken, integendeel. In veel gevallen zijn de levensverhalen van bekende criminelen het bewijs dat misdaad uiteindelijk niet loont. De carrières van de meeste ’captains of crime’ eindigen met langdurige gevangenisstraffen, een totaal bankroet of een gewelddadige dood. Van familierelaties of vriendschappen blijft in negen van de tien gevallen ook niet veel over. Dat geldt – zoals de Netflix-serie Narcos goed liet zien – voor internationaal bekende kopstukken als Pablo Escobar, maar ook voor onze polderpenoze.

Regelmatig krijg ik tijdens lezingen of presentaties vragen of de onderwereld werkelijk zo romantisch is als legendarische films als The godfather suggereren. Ik verwijs dan als tegenhanger altijd naar de film Blow. Hierin vertolkt hoofdrolspeler Johnny Depp het waargebeurde levensverhaal van een beruchte Californische drugsbaron, die groot wordt in de wiethandel, uiteindelijk megabedragen verdient aan cocaïnetransporten, maar ten onder gaat door verraad van handlangers van wie hij dacht dat het zijn vrienden waren.

Blow zou de Amerikaanse filmvariant kunnen zijn op het levensverhaal van Henk Rommy, alias de Zwarte Cobra, over wie ik in deze columns de afgelopen dertien jaar ook regelmatig berichtte. Rommy klom op van Utrechts inbrekertje tot drugssmokkelaar van formaat. Begin jaren negentig maakte hij fortuin met het binnenhalen van containers vol hasj en werd doelwit van Nederlandse narcoticajagers.

Hij ontsprong steeds de dans, tot de Amerikaanse drugsbestrijders van de DEA hem in het vizier kregen. Net als in Blow werd een vriend van Rommy, die zelf tegen de lamp liep, door de DEA voor het blok gezet. Of een hoge straf, of meewerken aan een actie om de Cobra definitief te bezweren. Henk Rommy werd eerst naar de Bahama’s gelokt, waar hij voor verborgen camera’s stoer meepraatte over mogelijkheden xtc naar de VS te smokkelen. Dat was voor de Amerikanen voldoende om hem aan te klagen voor samenzwering.

Omdat Nederland zonder terugkeergarantie geen eigen onderdanen uitlevert, werd de ’vriend’ nog een keer ingeschakeld om Rommy te verleiden naar Spanje te reizen. Daar werd hij in 2001 gearresteerd en na lange rechtszaken aan de VS uitgeleverd. In 2005 kreeg Rommy in New York twintig jaar gevangenisstraf, die in 2021 afloopt. Hoe gaat het nu met Rommy, die dus nog minstens vier jaar moet zitten?

Niet best, hoorde ik de afgelopen weken van diverse kanten. Hij zat de afgelopen zestien jaren onder barre omstandigheden vast in diverse Amerikaanse gevangenissen. Sinds een paar weken verblijft Rommy in een isolatiecel in een strafinrichting in West Virginia, waar hij het bepaald niet fijn heeft en in volstrekte afzondering zijn 66e verjaardag ’vierde’. Het isoleren van Rommy houdt waarschijnlijk verband met zijn wanhoopspoging om een aantal Amerikaanse justitiemedewerkers aan te klagen, onder wie officier van justitie Judith Friedman. Deze vrouw is al jaren de drijvende kracht achter de verbeten pogingen Rommy definitief te elimineren. Daar kunnen wij in Nederland van alles van vinden, maar deze mogelijk door persoonlijk sentiment gedreven vasthoudendheid begint zo langzamerhand vreemde trekjes te krijgen.

Er speelt namelijk nog wat anders. Rommy wordt – net als een aantal verdachten in het Passageproces – verdacht van betrokkenheid bij een dubbele moord in Antwerpen in 1993. Het Nederlandse Openbaar Ministerie wil Rommy voor zijn vermeende rol in deze moordzaak dolgraag in Nederland voor de rechter dagen en heeft om zijn uitlevering gevraagd. Rommy werkt mee aan zijn uitlevering omdat hij over zijn rol en die van medeverdachten wil getuigen. Officier van justitie Judith Friedman houdt het uitleveringsverzoek nu al drie jaar tegen. Ze wil Rommy pas in 2021 uitleveren.

Na veel onderhandelen tussen Nederland en de Verenigde Staten kwam de aanklaagster met een alternatief. De uitlevering zou onder voorwaarden kunnen plaatsvinden. De belangrijkste; Rommy zou voor de duur van vier weken worden overgebracht naar Nederland, om daarna weer het resterende deel van zijn straf in de VS uit te zitten. Onbespreekbaar voor Rommy en zijn advocaat Mark Teurlings, maar ook een onwerkbaar voorstel voor het OM.

Zo langzamerhand wordt de opstelling van mevrouw Friedman en haar collega’s behoorlijk schofferend voor al die Nederlandse justitiemedewerkers, die over het algemeen als knipmessen buigen als Nederlandse of Amerikaanse gedetineerden vanuit ons land aan de VS moeten worden uitgeleverd. Nu het OM een keer een coulante opstelling vraagt om een Nederlands moordonderzoek te voltooien, geven de Amerikanen niet thuis. Sterker, ze hebben maling aan een belangrijk internationaal verdrag tussen beide landen. Het ’America First’-dogma van Donald Trump lijkt ook door te sijpelen in het justitie-apparaat van de VS. Daar mag Nederland best iets stevigs van vinden en zeggen. Niet om een veroordeelde drugsbaron zijn straf te laten ontlopen, maar juist om een moordzaak op te helderen, waarin nog steeds niet alle schuldigen zijn berecht.

Reacties of tips? Mail naar: jvdheuvel@telegraaf.nl

Misdaadverslaggever