Nieuws/Binnenland
856393495
Binnenland

Kamer wil AOW-gat Surinaamse Nederlanders compenseren

Minister Wouter Koolmees

Minister Wouter Koolmees

Den Haag - Surinaamse Nederlanders die door een AOW-gat minder pensioen krijgen, moeten daar een tegemoetkoming voor krijgen. Dat vraagt de Tweede Kamer aan minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken), die er vooralsnog op wijst dat juridische obstakels een oplossing in dit slepende dossier in de weg zitten.

Minister Wouter Koolmees

Minister Wouter Koolmees

„Mijn partij zou het graag willen oplossen”, zegt D66-Kamerlid Van Weyenberg. „Niet omdat het juridisch moet, maar omdat het rechtvaardig voelt.” Hij vraagt samen met CDA-Kamerlid Slootweg daarom aan Koolmees om een ’adviescommissie van wijzen’ aan te stellen die een oplossing voor het probleem moet gaan zoeken. Dat initiatief krijgt steun van een meerderheid van GL, SP, PvdA, CU, 50Plus en Denk.

De Kamer debatteert donderdag over het gat in de AOW-opbouw van de Surinaamse Nederlanders. Het gaat om de mensen die ten tijde van de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 naar Nederland zijn vertrokken. Zij hebben nu alleen AOW opgebouwd over de jaren dat ze als volwassenen in Nederland wonen. De jaren dat ze in Suriname woonden, dat kan vanaf 1957 zijn, tellen niet mee bij de opbouw. Ook al hoorde dat toen nog bij ons koninkrijk. Sommige Surinaamse Nederlanders krijgen daardoor honderden euro’s minder pensioen per maand.

Juridische obstakels

Minister Koolmees wijst, net als vele van zijn voorgangers, op de juridische obstakels voor een tegemoetkoming. Volgens de minister van D66 zet de compensatie voor de Surinaamse Nederlanders de deur open voor veel meer mensen die daar aanspraak op willen maken.

Dat zou betekenen dat arbeidsmigranten uit allerlei andere landen, of Nederlanders die een tijd in het buitenland hebben gewoond en toen geen AOW hebben opgebouwd, ook compensatie zouden kunnen claimen. De totale schade komt dan uit op 76 miljard euro, becijfert Koolmees.

Juridisch zit de zaak volgens Koolmees dus potdicht, concludeert VVD-Kamerlid Van der Linde. Dat de minister dat concludeert, bezorgt de liberaal wel wat onbehagen: „Dat zit in het volgende: ik las het verkiezingsprogramma van D66, onder voorzitterschap van deze zelfde minister, waarin om nog een onderzoek naar dit probleem wordt gevraagd. Wat kan er nog uitgezocht worden?”