Nieuws/Binnenland
857998642
Binnenland

Stekelig verhoor met oud-minister Annemarie Jorritsma

Ex-Gasuniebaas: ’Rondhoppen tussen verschillende ministeries zou moeten stoppen’

George Verberg, oud-beleidsambtenaar bij de ministeries van OCW en EZ, in de Enquetezaal van de Tweede Kamer tijdens derde dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquetecommissie aardgaswinning Groningen.

George Verberg, oud-beleidsambtenaar bij de ministeries van OCW en EZ, in de Enquetezaal van de Tweede Kamer tijdens derde dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquetecommissie aardgaswinning Groningen.

Den Haag - Er zou een einde moeten komen aan het rondhoppen van topambtenaren tussen de verschillende ministeries. Die aanbeveling doet oud-topambtenaar en ex-Gasuniebaas George Verberg tijdens de parlementaire enquêtecommissie naar de gaswinning in Groningen. Woensdag stond ook oud-VVD-minister Annemarie Jorritsma onder ede in een stekelig verhoor. Zij wist zich maar weinig details uit haar ambtstermijn te herinneren maar vindt ’met de kennis van toen’ goed te hebben gehandeld.

George Verberg, oud-beleidsambtenaar bij de ministeries van OCW en EZ, in de Enquetezaal van de Tweede Kamer tijdens derde dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquetecommissie aardgaswinning Groningen.

George Verberg, oud-beleidsambtenaar bij de ministeries van OCW en EZ, in de Enquetezaal van de Tweede Kamer tijdens derde dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquetecommissie aardgaswinning Groningen.

Op de derde dag van de verhoren werd eerst Verberg aan de tand gevoeld. Hij was directeur-generaal Energie bij het ministerie van Economische Zaken en bekleedde tussen 1988 en 2004 directiefuncties bij de Gasunie en gaf een kijkje in de ’machinekamer’ van het Nederlandse gasbedrijf. Zo was hij verantwoordelijk voor het eerste contract met het Russische Gazprom. Dat gebeurde in de tijd van toenmalig president Boris Jeltsin, vertelde hij. Rusland was toen op ’het rechte pad’ gekomen. Dat juist Nederland met Gazprom ging onderhandelen vindt hij nog steeds goed te verdedigen: ons land was in Europa één van de grootste gasspelers en had tijdens onderhandelingen met de Russen dus wat in de melk te brokkelen.

Bovendien was de deal bedoeld om ons Groninger aardgasveld niet snel leeg te pompen. Die moest echt als langjarige buffer achter de hand blijven. Hoewel ons veld in Europa nog steeds zeer groot is, is het niet oneindig, legt Verberg uit. Hij vindt dat de Nederlandse Staat echter veel te veel uit handen gaf en overliet aan de ’vrije markt’ en adviseert dat de Staat als marktmeester de aanleg van strategische voorraden had moeten doorvoeren. Bovendien is hij ronduit kritisch op topambtenaren die rondhoppen tussen verschillende ministeries. Hij pleit voor topambtenaren die ’echt de diepte’ in kunnen gaan door langjarig op een post te zitten. „Het is niet alleen een managementfunctie”, zegt hij. Bovendien krijgen lobbyisten veel minder grip op inhoudelijke zwaargewichten, bepleitte hij.

Wie geen adviezen meegaf, was oud-VVD-minister en huidig senator Annemarie Jorritsma. Bij aanvang van het verhoor hoopte ze op begrip van de commissie omdat ze misschien al veel vergeten was. De periode dat zij minister van Economische Zaken was, was immers van 1998 en 2002. En inderdaad: op gerichte vragen gaf ze meermaals aan dat zij zich dat niet zo kon herinneren. Ook gaf ze op bepaalde vragen geen antwoord. „Wij stellen hier de vragen en u kiest ervoor daarop niet te antwoorden”, stelde de commissie tijdens het verhoor fijntjes vast.

Gaswet

Tijdens haar ambtstermijn voerde Jorritsma de gaswet in, die het gevolg was van de liberalisering van de gasmarkt, een verplichting vanuit de Europese richtlijnen. Ook was ze betrokken bij de mijnwet. Jorritsma heugde zich wel dat ze een ’stevig gesprek’ had met de ’grote baas’ van het Amerikaanse Exxon. Hij zat duidelijk niet te wachten op wetswijziging, liet hij Jorritsma in niet mis te verstane bewoordingen blijken. „Shell zat anders in de wedstrijd”, zegt de VVD-prominent, die de wet evenwel doorvoerde. Jorritsma benadrukte vooral dat ten tijde van haar ministerschap bijna niemand bezig was met afhandeling van schadegevallen na aardbevingen, terwijl die ook in 1997 al plaatsvonden.

Wel verzette zij zich tegen de ’omkering van de bewijslast’, waardoor oliebedrijven moeten bewijzen dat schade níét komt door een aardbeving als gevolg van de gaswinning. Volgens Jorritsma zouden burgers daar helemaal niet mee opschieten, omdat mijnbouwbedrijven bij ’elke schadeklacht naar de rechter zouden stappen’. Ze wilde de burgers die schade ondervonden ’zo snel mogelijk bedienen’. „Maar dat heeft anders uitgepakt”, hield de parlementaire onderzoekscommissie de oud-minister voor.

Jorritsma gelooft echter niet ’dat ze met de kennis van toen een betere beslissing had kunnen nemen’. Wat ze daar achteraf van vindt, wil ze nu niet zeggen. Ze wil zich alleen maar beperken tot de periode waarin ze minister was. „Ik zit hier niet om meningen te geven”, zei ze. Jorritsma wendde zich tot slot wel tot de commissievoorzitter met de mededeling dat ze na haar Haagse vertrek in het Groningse Delfzijl waarnemend burgemeester werd. Volgens de politica waren er – zelfs na haar ministerschap – in Groningen geen discussies over schadeafhandeling als gevolg van aardbevingen. „Het was echt een andere tijd.”