Nieuws/Binnenland
863145
Binnenland

Geven en nemen

Neemt de hoeveelheid poolijs op Antartica jaarlijks met een vast percentage af?

De opwarming van de aarde en dientengevolge de smelting van het poolijs zorgt al jaren voor verhitte discussies onder wetenschappers. Vanwege de grote schommelingen valt bijvoorbeeld geen goede berekening van de stijging van de zeespiegel te maken; erg belangrijk voor ons laag gelegen kikkerlandje.

De onderzoeksgroep Regional Climate Studies van de Katholieke Universiteit Leuven houdt de discussie op gang door de recente melding dat ’atmosferische rivieren’ grote hoeveelheden sneeuw naar de Antarctische ijskap hebben gebracht. Dit is vooral gebeurd tijdens hevige stormen in 2009 en 2011.

De meetapparatuur van de Belgen detecteerde nabij de kust van Koningin Maudland in Oost-Antarctica dat negen luchtstromen in ’09 en ’11 goed waren voor 80 procent van de totale sneeuwmassa. Daarmee werd de afname van de ijsmassa van de laatste twintig jaar voor maar liefst 15 procent goedgemaakt.

Volgens de onderzoekers betekent het vooral dat moeder aarde ’erg in de war is’ van de klimaatverandering en dat we steeds vaker rekening moeten houden met plaatselijk hevige weersbeelden. De aarde warmt zelfs zo snel op dat binnen twee eeuwen mogelijk bomen op de Zuidpool zullen groeien. Dat was 60 miljoen jaar geleden ook het geval; de gemiddelde temperatuur op aarde was hoger terwijl Antarctica 3000 kilometer noordelijker lag.

Antarctica is qua oppervlakte het vijfde continent, na Azië, Afrika, Noord-Amerika en Zuid-Amerika en vóór Europa en Australië. De Noordpool bestaat uit pakijs met een maximale dikte van vier meter. Antarctica is een massief land dat vrijwel volledig door een ijskap wordt bedekt, variërend in dikte van 2200 tot ruim 4700 meter. Dit volume is goed voor 90% van al het ijs op aarde.

Het is een continent van uitersten. De laagste temperatuur ooit gemeten is min 93,2° Celsius, de hoogste windsnelheid 324 km per uur. Opmerkelijk genoeg werd het enorme continent pas in 1820 ontdekt. Het duurde tot 14 december 1911 voordat de Noor Roald Amundsen als eerste de Zuidpool bereikte.