Nieuws
866577
Nieuws

Redding banken spekt schatkist

Het redden en steunen van de Nederlandse financiële sector heeft de schatkist een flinke winst opgeleverd. Dat blijkt uit de laatste berekeningen die de Rekenkamer naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De Staat heeft op verschillende maatregelen winst gemaakt. De belangrijkste is de zogenoemde kapitaalverstrekkingsfaciliteit die in oktober 2010 werd ingesteld en die nodig was omdat de instellingen anders niet meer aan de eisen van de DNB konden voldoen.

Drie financiële instellingen, te weten ING, Aegon en SNS Reaal, hebben onder voorwaarden gebruikgemaakt van deze faculteit. In totaal hebben zij € 13,75 miljard aan kapitaal van de Staat geleend. Over het geleende bedrag betalen zij rente en terugkoopvergoedingen, de zogenoemde premie.

Op 7 november 2014 is het laatste deel van het geleende bedrag aan de Staat terugbetaald door ING. De brutowinst voor de Staat op de totale kapitaalverstrekkingsfaciliteit kan nu worden bepaald; deze bedraagt € 4,6 miljard.

Daar staan voor € 1,1 miljard aan rentekosten voor de Staat tegenover (exclusief de rentekosten over 2014, die nog moeten worden toegerekend). Verder moet van de brutowinst nog € 565 miljoen worden afgetrokken. Een vordering van de Staat op SNS Reaal ter hoogte van dit bedrag is namelijk komen te vervallen na de nationalisatie van SNS Reaal per 1 februari 2013.

Daarnaast maakt de Staat winst bij beëindiging van de garantiefaciliteit. Deze regeling werd in oktober 2008 in het leven geroepen om garanties te kunnen geven voor interbancaire leningen nadat de markt tussen banken compleet was stil komen te liggen.

ING, ABN AMRO, SNS Reaal, Achmea, Leaseplan Bank en NIBC besloten van deze faciliteit gebruik te maken om hun kredietverlening te waarborgen. De Staat heeft aan deze instellingen in totaal voor € 52,3 miljard aan garanties afgegeven. Inmiddels zijn alle gegarandeerde leningen afgelost, de laatste op 2 december 2014.

Van de door de Staat verstrekte garanties hebben de financiële instellingen geen gebruikgemaakt. Voor de garantstelling heeft de Staat tot en met 2013 een vergoeding van € 1,3 miljard ontvangen. De uiteindelijke vergoeding voor de Staat zal nog hoger uitvallen, omdat de vergoeding over 2014 nog niet definitief is.

Ook een onderdeel van de redding van ABN Amro heeft al flink geld opgeleverd. Het gaat daarbij om een zogenoemde tegengarantie (‘counter indemnity’) van € 950 miljoen aan ABN Amro ter dekking van een verplichting van die bank jegens Deutsche Bank. De counter indemnity had een looptijd tot uiterlijk april 2015. Per 27 september 2014 is de verplichting die ABN Amro had komen te vervallen, zodat ook de counter indemnity voor de bank kon worden beëindigd. Over de 4,5 jaar waarover de tegengarantie is afgegeven, heeft deStaat in totaal een vergoeding van €115 miljoen van ABN Amro ontvangen.

Bij de eerstvolgende actualisatie door de Rekenkamer van de opbrengsten van de reddingsacties door de Staat van de financiële sector in juni van dit jaar, komen mogelijk de laatste grote ingrepen aan de orden. Dan gaat de Rekenkamer in op het lopende verkoopproces van Vivat (voorheen verzekeraar Reaal) en de mogelijke verkoop door de Staat van het in 2008 genationaliseerde ABN Amro.

Minister Dijsselbloem (Financiën) heeft aangekondigd dat hij begin 2015 beoordeelt in hoeverre ABN Amro klaar is voor verkoop. Voor de overname van Fortis/ABN Amro (inclusief verzekeraar ASR) heeft de Staat € 31,7 miljard geïnvesteerd. De nationalisatie van SNS Reaal in 2013 heeft de Staat € 3,8 miljard gekost.