Nieuws/Binnenland
866637
Binnenland

'Griekenland moet pad naar boven vasthouden'

Griekenland moet „het pad naar boven vasthouden” en doorgaan met hervormen. Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën zei dat donderdag tijdens een bijeenkomst over het Europese economische beleid in Amsterdam. Dijsselbloem zei te beseffen dat die hervormingen een hoge sociaal-economische prijs hebben, maar schuldverlichting is volgens hem geen oplossing voor Griekenland. De Grieken moet zich „aan de afspraken houden”.

Volgens de minister is er de afgelopen jaren veel gebeurd om de EU economisch sterker te maken na de financiële crisis. Dat geldt ook voor Griekenland. Alleen was daar de achterstand veel groter dan elders. Daarom kost het meer tijd het land er weer bovenop te helpen.

In Griekenland regeert sinds kort een coalitie van partijen die willen stoppen met bezuinigen en de afspraken met de EU daarover willen herzien. De Grieken kregen de afgelopen jaren vele miljarden steun van de EU op voorwaarde dat ze financieel orde op zaken stellen. Dijsselbloem, die ook voorzitter is van de eurogroep (de vergadering van ministers van Financiën van de eurolanden), bezoekt Athene vrijdag om kennis te maken met het nieuwe kabinet.

In zijn toespraak in Amsterdam zei de PvdA-minister dat de maatregelen die sinds het uitbreken van de financiële crisis zijn genomen, vruchten afwerpen. Probleemlanden als Portugal en Ierland zijn weer in staat klappen op te vangen. Ook de Nederlands economie is dankzij hervormingen weer sterker. „De landen die hebben hervormd staan bovenaan de groeilijstjes.”

Dat betekent volgens de minister niet dat we er al zijn. „De economische groei is nog te zwak. Met het oog op de toekomst moet vooral de potentiële groei omhoog.” Hij noemde het belang van een Europese energiemarkt en van samenwerking op digitaal gebied.

Dijsselbloem herhaalde zijn pleidooi om lidstaten die al een tekort onder de EU-limiet van 3 procent hebben, meer tijd te geven dat tekort verder te verlagen als ze hun economie hervormen. Hij wees erop dat ingrepen in bijvoorbeeld het woningmarktbeleid tijd kosten.