Nieuws/Columns

Opinie Nausicaa Marbe

Preken over tolerantie helpt niet

Zou het echt zo zijn dat er gewenning ontstaat, naargelang de aanslagen in West-Europese steden toenemen? Dat men na de eerste keer ’Parijs’, ’Berlijn’, ’Brussel’ of ’Londen’ nog in schok verkeert, maar bij de tweede, derde keer zich erbij neerlegt dat dit gevaar bij deze tijd hoort? Ik denk dat het menselijke gevoel grilliger en defensiever werkt.

Uiteraard reageert de bevolking bij de zoveelste aanslag anders dan bij de eerste gruwelijke gebeurtenis. Bij ’elf september’ was het Westen met stomheid geslagen, het ongeloof was groter dan het besef dat zulke horror zich kan herhalen. Maar inmiddels is er - ook in het Westen dat er niet voor koos de samenleving door gewelddadige tribale conflicten te laten beheersen - het besef dat aanslagen altijd, overal kunnen plaatsvinden. Er is geen veilige plek. De redactie van een tijdschrift is dat niet, het marathonparcours niet, het restaurant of het theater niet, de kerstmarkt en de boulevard aan zee evenmin. Ik vergeet daarbij vast een paar plekken, want zo werkt het geheugen: de grote, spectaculaire blijven hangen, de ’kleintjes’ zakken naar de luwte van de herinnering. Maar daar verdwijnen ze niet. Ze vormen een neerslag die angsten en onzekerheid voedt. Gezonde angsten, begrijpelijke onzekerheid, laat ik dat er meteen bij zeggen. Angst betekent geen capitulatie. Angst kan ook het begin van weerbaarheid zijn.

De verbazing over de aanslagen mag dan wel slijten, de gevoelens blijven. Ik geloof mensen niet die beweren nooit bang te zijn, nooit bij aanslagen stil te staan. Ook die bravoure is een houding, een gekozen schild tegen de permanente dreiging. Angst uit zich niet alleen in trillen en zweten bij de gedachte aan een aanslag of het betreden van een onveilige plek. Angst kan ook de insluiper in het onderbewustzijn zijn, de beroepsleugenaar die valse signalen naar buiten stuurt: wees niet bang, we gaan door met het leven dat terroristen zo haten, wij zullen onze democratie versterken, ze krijgen ons niet klein. Ook vanachter dit masker van ontkenning spreekt de angst.

Angst klinkt dan verdraaid veel als onmachtige bestuurders die geen greep hebben op terrorisme en daarom sussende riedeltjes afdraaien. Mocht er al sprake van enige afstomping zijn, dan maakt deze vage peptalk de slapende honden in je geest juist wakker. Hoezo doorgaan, alsof dat een triomf is? Met dat leven waarin elk moment de fanaticus met z’n kapmes kan duiken, in Purmerend evengoed als in Perth? Doorleven, dat zal wel moeten, maar een overwinning is het niet en de onmacht blijft. Doorgaan is vooralsnog: niet anders kunnen.

En hoezo krijgen ze ons niet klein? Zeg dat tegen de nabestaanden van de slachtoffers. Er vallen altijd doden in die miezerige context van ’niet klein krijgen’. De aanslagen worden inventiever. Juist als de veiligheidsdiensten grotere aanslagen met explosieven voorkomen, slaat deze kruimeljihad met messen, auto’s en vrachtwagens toe. Kleine aanslagen werken ook besmettelijk, ze infecteren de aspirant-terrorist met de gedachte - en het bewijs - dat hij makkelijk, altijd en overal kan toeslaan. Ze herinneren eraan dat de beulen ons vaak een stap voor zijn.

Ergerlijk is ook dat gedweep met de democratie als vanzelfsprekend tegengif voor terreur. De Westminsterterrorist had het op het parlement gemunt en dan haasten politici zich te verklaren dat hij het ’hart van de democratie’ had willen raken. Maar dat lukte niet, want hij is tegengehouden. Dwaze symboliek. Want ’het hart van de democratie’ is wel geraakt. Alleen al door het feit dat een in Engeland geboren man in naam van IS aan het moorden slaat. Dertien keer is Engeland sinds elf september getroffen door een (poging tot) aanslag, acht keer vanuit islamistische inspiratie. Dat hart is allang geraakt en gehavend, ook door de onmacht om deze vernietigingstrend te stoppen.

Ook daarom is elke aanslag niet zomaar ’de zoveelste’. Elke keer worden angst en afkeer weer geactiveerd. Elke keer wordt eraan herinnerd hoe de vijand te werk gaat. Elke keer vallen er lessen te trekken. Neem Sadiq Khan, de burgemeester van Londen, die nu spreekt van ’terroristen die onze manier van leven willen verstoren’. Dat hoor je vaker van politici, die daarna gaan preken over acceptatie en tolerantie als tegengif. Maar eens moet toch het kwartje vallen: bescherm dan ook onze manier van leven met iets beters dan blinde tolerantie. Kijk om je heen: er zijn niet alleen terroristen die de manier van leven met geweld willen verstoren. Er zijn overal radicalen die hun islamisme aan de samenleving willen opdringen. Dat is psychologische terreur.

De jihadist die op mensen inrijdt, is misschien niet altijd te stoppen. Maar burgers die op tolerantie en toegeeflijkheid rekenen als ze hun leefomgeving stap voor stap steeds meer islamitische leefregels willen opdringen, zijn wél te stoppen. Door consistent verzet; door weigeren te pingelen over vrijheden en gelijke rechten; door hun valse klachtenretoriek te pareren; door lef en uithoudingsvermogen tegen hun psychologische geweld. Ook zo bescherm je ’onze manier van leven’. Maar je hoort nooit een burgemeester roepen dat hij ook in het dagelijks leven de brute islamiseringsaanval op onze manier van leven gaat beschermen. Dat is pas angst die terrorisme in de hand werkt.