Nieuws/Binnenland
871332
Binnenland

Voorgesprek over pgb heeft veel weg van ontmoediging

Ombudsman: Eigen regie?

Martijn* heeft een uitnodiging van Zorgkantoor regio Twente gekregen voor een ‘bewuste-keuze-gesprek’. Want hij heeft een aanvraag ingediend voor een Persoonsgebonden Budget (PGB). Hij kan daarmee zelf de zorg inkopen die hij nodig heeft.

Voordat het zorgkantoor de aanvraag goedkeurt wil het eerst in het gesprek beoordelen of Martijn zelf zijn administratie kan bijhouden. Zodat hij aan het eind van het jaar kan aantonen welke zorguitgaven hij heeft gedaan.

Martijn vindt het gesprek heel spannend en is blij in de uitnodiging te lezen dat hij een vertrouwenspersoon mag meenemen. Maar wat gebeurt er? Bij de deur weigert het zorgkantoor de aanwezigheid van zijn vertrouwenspersoon, Gerard*. Hoewel Martijn ontdaan is, voert hij het gesprek dan toch maar in zijn eentje. Kort voor het einde van het gesprek mag hij Gerard toch binnenlaten. Het zorgkantoor vraagt Gerard dan alleen of hij in dienst is van de organisatie waar Martijn zorg wil inkopen.

Dit vindt Martijn heel gênant. Het lijkt wel alsof het zorgkantoor denkt dat Gerard is omgekocht om Martijn te ondersteunen bij dit gesprek. Het PGB is bedoeld om mensen inspraak en regie te geven over de zorg die zij nodig hebben, maar een bewuste-keuze-gesprek lijkt zo eerder op een ontmoedigingsgesprek.

Martijn laat aan het zorgkantoor weten dat zowel hij als Gerard ontsteld is door de gang van zaken en de onplezierige toon. De medewerker van het zorgkantoor die het gesprek had geleid laat weten het allemaal heel vervelend te vinden en beschouwt de klacht daarmee als afgehandeld.

Martijn begrijpt nog steeds niet waarom hij Gerard niet heeft mogen meenemen en neemt contact op met de Nationale ombudsman. Die laat het zorgkantoor weten dat gelijkwaardigheid in een bewuste-keuze-gesprek heel belangrijk is. Het zorgkantoor had zich ervan bewust moeten zijn dat Martijn ongemakkelijk aan het gesprek was begonnen en geïntimideerd was.

Dan reageert het zorgkantoor eindelijk met een uitleg. Een vertrouwenspersoon mag niets zeggen tijdens zo’n gesprek omdat het gaat om de beoordeling van de capaciteiten van de aanvrager. De gespreksleidster vond dat de aanwezigheid van Gerard niets zou toevoegen en had hem daarom geweigerd. Maar dat had niet mogen gebeuren, beter was geweest uit te leggen dat hij niets mocht zeggen. En de gespreksleidster realiseerde zich dat ze de reden van de vraag aan Gerard had moeten vertellen: ze had Gerard al bij eerdere gesprekken als vertrouwenspersoon getroffen.

Het zorgkantoor begreep nu dat ze Martijn nogmaals excuses moet aanbieden En in het vervolg legt het zorgkantoor uit dat een vertrouwenspersoon toehoorder mag zijn ter ondersteuning, maar niets mag zeggen tijdens het gesprek en zelf mag kiezen om aanwezig te zijn bij het gesprek. Martijn is blij dat zijn ervaring andere mensen in het vervolg bespaard blijft.

* gefingeerde naam