Nieuws/Binnenland
871895
Binnenland

Anjerkinderen zoeken hulp

Uit verbazing richtten de zussen Ciska en Marijke de Weerd en hun vriendin Sharon Dulfer ’de Anjerkinderen’ op. De meiden kampten thuis met, op zijn zachtst gezegd, wispelturige vaders die naweeën ondervonden van traumatische uitzendervaringen.

„Onze moeders zaten in een praatgroep voor partners van veteranen. ’En wij dan?’ dachten wij. We wilden ook hulp omdat wij gedragingen van onze vaders overnamen. Zo kampten we met een kort lontje, ontbrekende emoties, een slecht geheugen, moeite met concentreren en cynisme.”

„Daarom organiseerden we op eigen kracht een jeugddag”, zo herinnert de nu 23-jarige Marijke uit Zwolle zich. „Mijn moeder Corine legde in ons huis uit wat ptss inhoudt en hield ons een spiegel voor. Deze dag beviel zo goed dat we dit vaker wilden doen.” Ervaringen uitwisselen met lotgenoten werkte heilzaam voor de jongeren. „Deze dagen zijn daarna met succes vaker georganiseerd in samenwerking met De Basis. „Maar plots was het ten einde”, aldus Anjerkind Linda Schriks (25) uit Schaijk.

De instantie voor begeleiding van mensen met een traumatische ervaring in Doorn bevestigt dat het project een zachte dood is gestorven. „Het begon veelbelovend, maar uiteindelijk werd het per bijeenkomst stiller en zijn we ermee gestopt”, aldus een Basis-zegsman.

De Anjermeiden fronsen de wenkbrauwen bij deze uitleg, maar willen alleen nog vooruit kijken: „De afgelopen jaren waren voor ons allemaal erg moeilijk, met veel problemen in diverse gezinnen. Als iemand ons op weg helpt, willen we ons richten op jongere kinderen. Veel kinderen durven vrienden niet over thuis te vertellen. Ze zijn bang dat mensen te snel oordelen. Maar onze ouder heeft gevochten voor vrijheid. Laten wij er nu wat mee doen!”

Even voorstellen:

Marijke de Weerd (23 jaar, Zwolle)

’Mijn vader is in 1983 uitgezonden naar Libanon, waar hij onder meer werd gegijzeld. Jaren later kwam de terugslag. Hij was al anders als andere vaders, maar de link met zijn Unifil-tijd hebben wij indertijd niet gelegd. Hij had een erg kort lontje en was vaak heel cynisch. Daardoor wist ik vaak niet hoe te reageren. Ook was hij altijd heel alert. Omdat ik altijd aan het oppassen was hem niet boos te maken, werd ik ook snel boos en alert. Op school ging het slecht en thuis liep ik op mijn tenen. Vrienden had ik niet vanwege het gedrag dat ik overnam van mijn vader. En ik durfde niemand mee naar huis te nemen omdat onduidelijk was hoe mijn vader reageerde.

Door de Anjerkinderen kreeg ik na onderlinge gesprekken en de inbreng van begeleiders inzicht in de situatie. Al snel dacht ik dat het wel weer goed ging. Maar nu, jaren later, kan ik zeggen dat dit niet het geval was. Ik vluchtte weg van de hele situatie thuis en besloot naar het buitenland te gaan. Hier overwerkte ik mijzelf om maar niet na te hoeven denken. Toen ik gewend was aan het vele werk, was ik vaak in de kroeg te vinden en dronk veel. De hoofdpijn voelde zo veel beter dan een kop vol zorgen. Inmiddels woon ik samen, heb ik bijna mijn examens van mijn opleiding Jeugdzorg gehaald en is het contact met mijn vader heel goed. Wij zijn in november vier dagen samen op vakantie geweest. Met hem gaat het stukken beter nu hij verhuisd is naar het buitenland. Ik ben nu zelfs trots om te zeggen dat mijn vader uitgezonden was en ptss heeft. Hij is een held die mensen heeft geholpen en gered.’

Linda Schriks (25 jaar, Schaijk)

’Wat is een veteraan?’, ’Hoezo zit je vader nog met die oorlog, dat is toch al lang voorbij?’ Tegen dat soort opmerkingen liep ik aan als ik in mijn omgeving probeerde uit te leggen wat er thuis speelde. Het is ook erg moeilijk te begrijpen wat het inhoudt om een kind van een veteraan te zijn. Ik voelde me hierdoor erg onbegrepen en alleen. Mijn vrienden snapten het niet. En ik zelf soms ook niet echt.

In 2008 kwam ik in contact met de Anjerkinderen. De eerste kennismaking verliep eigenlijk heel soepel, het voelde alsof we elkaar al jaren kenden. Het was heel gemakkelijk met anderen te spreken die thuis een vergelijkbare situatie hebben. Zonder al te veel woorden begrepen we elkaar. Hierdoor voelde ik me niet alleen op de wereld, in de jaren hierna heb ik veel steun gekregen van de andere Anjerkinderen en zelf steun kunnen bieden. Gewoon door naar elkaar te luisteren.

Inmiddels heb ik kunnen accepteren dat mijn vader veteraan is. Soms gaat het goed en soms wat minder met hem. Door de Anjerkinderen heb ik dit een plek kunnen geven en een weg gevonden om ermee om te gaan. Inmiddels ben ik een jong volwassene die begonnen is met een eigen leven op te bouwen. Ik wil nu graag wat voor andere ’jonge’ Anjerkinderen betekenen. Zodat zij zich ook verder kunnen ontwikkelen tot gelukkige, sterke volwassenen.’