Nieuws/Binnenland
871903
Binnenland

Toespraak prof.dr. B. Smalhout

Kerst en veteranen

Hieronder staat de toespraak die prof.dr. B. Smalhout hield tijdens het Telegraaf Kerstconcert, in het kader van de actie Kerstgroet aan de Veteranen. Het concert is morgenmiddag op de televisie te zien, op NPO1.

Zoals al enige jaren gebruikelijk is, heeft het jaarlijkse Kerstconcert van het dagblad De Telegraaf een sociaal thema. Dit jaar is de keuze gevallen op het begrip ’veteranen’. Primair lijkt het een moeilijke combinatie: Kerstmis en Veteranen. Maar na intensief lezen van het befaamde kerstevangelie van Lucas blijken veteranen een belangrijke rol in het kerstgebeuren te spelen.

Immers, in het kerstevangelie wordt de geboorte van het jongetje Yoshua, dat later Jezus zou worden genoemd, als eerste medegedeeld aan simpele herders die, volgens Lucas, ’zich ophielden in het veld en des nachts de wacht hielden over hun kudde’. Er verscheen een engel te midden van een grote hemelse heirschare of legermacht die o.m. luid verklaarde: ’Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen!’ (Lucas 2: vs 14).

Die legermacht had niet primair tot doel met militaire middelen verwoestend op te treden. De opdracht, of zo u wilt ’de legerorder’, luidde: ’vrede te brengen’. En dat is primair altijd de taak van veteranen geweest. Ze waren militair, ze beschikten over wapens, maar het brengen van vrede en veiligheid was hun primaire taak. In veel gevallen werd die taak uitgevoerd onder levensbedreigende omstandigheden. Vandaar ook dat het militaire ingrijpen door onze veteranen veelal geen oorlog werd genoemd maar ’vredesmissie’.

Maar dat betekent niet dat ze zonder risico waren. Onze Nederlandse veteranen zijn afkomstig uit 3 oorlogen en 100 vredesmissies. Behalve in de Tweede Wereldoorlog hebben onze veteranen onder vaak uiterst moeilijke omstandigheden dienst gedaan in o.m. de koloniale strijd in het voormalige Nederlands Indië, in Nieuw-Guinea, in Korea, Afghanistan, Libanon en in het voormalige Joegoslavië. Daar waren plm. 650.000 Nederlandse militairen bij betrokken. Velen van hen verloren hun leven, niet in een open gevecht, maar ten gevolge van oorlogsterrorisme zoals boobytraps in verlaten huizen, bermbommen onder het wegdek en andere op sluipmoord gelijkende strijdtechnieken.

De veteranen, die al hun missies lang niet altijd schadeloos hebben overleefd, zijn vaak levenslang psychisch getraumatiseerd. Iedereen kent thans de posttraumatische stressstoornis (ptss), die het sommige veteranen moeilijk tot onmogelijk maakt weer normaal in de samenleving te kunnen functioneren. Ze hebben te veel afschuwelijke dingen gezien of zelf meegemaakt.

Het meest smartelijke hierbij is dat dit door vele Nederlandse medeburgers niet altijd begrepen wordt. Net zomin als bij oorlogsslachtoffers die een Duits of een Japans concentratiekamp hebben overleefd. Het inlevingsvermogen van vele landgenoten is dikwijls zeer beperkt. Dit draagt bij tot de verergering van het psychische oorlogstrauma. Veel veteranen willen dan ook nooit meer praten over alles wat ze meegemaakt hebben.

De Verenigde Staten hebben met hun vele oorlogen de meeste ervaring met veteranen. Maar nog steeds is het aantal zelfmoorden bij Amerikaanse veteranen zeer hoog, nl. 20% van alle geregistreerde zelfmoorden. Ook hier in ons land hebben wij sinds enkele jaren een Veteranen Instituut (in Doorn) waar oud-militairen zowel medisch, sociaal als psychiatrisch worden geholpen. Maar een ruime erkenning van hun verdiensten voor ons land, voor onze veiligheid en het internationaal Nederlands belang zou zeker voor hen een geweldige opsteker zijn.

De overheid is daarbij tot nu toe bedenkelijk tekortgeschoten. Ik hoef alleen maar in herinnering te brengen de rampzalige behandeling van onze Nederlandse Srebrenica-veteranen uit het voormalige Joegoslavië, die, vanwege onbekwame politici, onderbemand, onderbewapend en met ernstige materiaaltekorten moesten proberen het supersterke, uitstekend bewapende en getrainde Servische leger van de bikkelharde generaal Mladic te bedwingen. Dat lukte uiteraard niet. Het heeft meer dan 8000 Bosnische mannen en jongens het leven gekost. Die hadden er abusievelijk op vertrouwd door Dutchbat beschermd te worden. Dat drama heeft de Nederlandse Dutchbat-commandant, de toenmalige luitenant-kolonel Thom Karremans, als mens en als militair voor de rest van diens leven gebroken.

Kennelijk om dit geen tweede keer te laten gebeuren heeft onze overheid toen maar onze krijgsmacht grotendeels de deur uit gedaan. De huidige minister van Defensie staat nu voor de wanhopige taak ons land weer een nieuwe krijgsmacht te geven. Als arts doet dit alles mij denken aan het opheffen van alle ziekenhuizen, teneinde te kunnen zeggen dat er geen ziekten meer zijn.

Veteranen herkennen elkaar meteen. Zij hebben de positieve facetten van de militaire discipline in hun gedrag en omgangsvormen opgenomen. Het Kerstkind welks geboorte wij in deze dagen gedenken, groeide op tot een unieke godsdienstleraar met wonderbaarlijke capaciteiten Hij heeft doden tot leven gewekt, zieken genezen en onze maatschappij moreel en theologisch veranderd. Zo had ook Hij een bijzondere ontmoeting met een veteraan. Het staat in het evangelie van Mattheus, hoofdstuk 8.

In het Israëlische stadje Kapernaüm, aan de oever van het Meer van Galilea, woonde een Romeinse officier, want in de tijd van Jezus was Israël bezet door de Romeinen. De officier was volgens de Bijbel een ’hoofdman over honderd’. Dat is de letterlijke vertaling van het Latijnse ’centurion’. Die rang is te vergelijken met het Nederlandse begrip ’kapitein’. Zijn functie was wellicht die van een compagniescommandant, en wellicht was hij de bestuurlijke baas van het stadje Kapernaüm. Zoiets als de Duitsers hadden tussen 1940 en 1945, nl. de Ortskommandant. Die kapitein had een ondergeschikte, vermoedelijk een onderofficier, op wie hij zeer gesteld was (Mat. 8: vs 5-10). Die onderofficier. mogelijk een adjudant, werd ernstig ziek. Volgens het evangelie van Lucas (Luc. 7: vs 2-1) lag hij zelfs op sterven.

Als militair van de Romeinse bezettingsmacht nam hij het, voor hem, zeer ongebruikelijke besluit om het vroegere Kerstkind, Jezus, om hulp te vragen. Die bood royaal aan om bij de kapitein thuis te komen, want de centurion stond goed bekend bij de inwoners van Kapernaüm. Hij had zelfs met grote inzet geholpen een synagoge te bouwen voor de plaatselijke bevolking. Dat doet sterk denken aan het ontwikkelingswerk dat vele veteranen in verre landen hebben verricht en dat primair niets te maken had met hun militaire taak.

Maar de centurion antwoordde met opvallende bescheidenheid: ”Ik ben niet waard dat U onder mijn dak komt. Maar spreekt U slechts één enkel woord, dan zal mijn adjudant genezen. Want weet U, ik ben een militair die ondergeschikt is aan hogere rangen. Maar ik heb zelf ook weer ondergeschikten. Als ik tegen één van hen zeg ’kom hier’, dan komt hij en zeg ik ’ga weg’ of ’ingerukt mars’, dan vertrekt hij, want dat is een bevel. Daarom ben ik ervan overtuigd dat als Ú beveelt dat mijn adjudant beter wordt, dat dit dan ook gebeurt.""

Het volwassen geworden Kerstkind, Jezus, maakte toen voor het eerst kennis met het militair gedisciplineerde denken van een Romeinse veteraan en Hij zei tot de omstanders: ’Zulk een groot geloof heb ik zelfs in heel Israël niet gevonden’ (Lucas 7: vs 9).

Ik wens u, uw geliefden en uw familie een liefdevol en gelukkig kerstfeest toe, met veel begrip voor elkaar en in het bijzonder voor onze veteranen die ertoe hebben bijgedragen dat wij ons thans in de donkerste tijd van het jaar vredig in het kerstlicht mogen koesteren.

Laten wij nu staande applaudisseren als collectief eerbewijs aan onze veteranen. In het bijzonder wil ik dit huldeblijk opdragen aan hen die voor het vredesideaal met hun leven de hoogste prijs hebben betaald en wier familie in diepe rouw is achtergebleven.

Prof.dr. B. Smalhout