Nieuws/Binnenland

Staat aansprakelijk gesteld voor marteling

Nederland is aansprakelijk gesteld voor het martelen van een man in Oost-Java in het toenmalige Nederlands-Indië. Het slachtoffer is naar eigen zeggen in 1947 gemarteld door militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) om een bekentenis te verkrijgen.

Advocate Liesbeth Zegveld staat Yaseman bij. Volgens haar heeft hij ernstig psychisch en lichamelijk letsel opgelopen. De inmiddels hoogbejaarde Yaseman heeft verklaard dat hij stroomschokken kreeg toegediend nadat hij gevangen was genomen. Militairen dwongen hem ook om grote hoeveelheden water te drinken, waarna ze op zijn buik gingen staan en dat water er weer uitkwam; de zogeheten waterproef.

Yaseman deed in 2013 zijn verhaal in een reportage van het televisieprogramma Altijd Wat van de NCRV. Zijn vinger werd met een kabel vastgemaakt aan een onderdeel van een veldtelefoon waar met een zwengel elektriciteit mee werd opgewekt. „Je hele lichaam schudt en je raakt helemaal in de war. Uiteindelijk heb ik maar toegegeven dat ik bij het verzet zat”.

Nederland hangt ook nog een zaak boven het hoofd voor verkrachting. De inmiddels 85-jarige vrouw Tremini heeft getuigd dat vijf militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) haar thuis verkrachtten. Dat zou zijn gebeurd in het Oost-Javaanse christelijke dorp Peniwen.

Het Comité Nederlandse Ereschulden (KUKB) is de motor achter de zaken. De stichting stond eerder met succes nabestaanden van geëxecuteerde mannen in het dorp Rawagedeh bij. Voor weduwen en kinderen van standrechtelijke executies in Zuid-Sulawesi loopt nog een rechtszaak.

Het ministerie van Defensie laat maandag weten dat eerder is geconstateerd dat door beide zijden in het conflict is gemarteld. Defensie bestudeert „deze specifieke aansprakelijkstelling” door advocate Zegveld.