Nieuws/Binnenland
873792
Binnenland

Vraag naar ruggenprik bij bevalling verdrievoudigd

De laatste jaren kiezen Nederlandse vrouwen steeds vaker voor de ruggenprik bij een bevalling. Het percentage bevallingen met ruggenprik is in tien jaar tijd verdrievoudigd, zonder dat het aantal kunstverlossingen toeneemt. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Martine Wassen van Maastricht UMC+ en Atrium Medisch Centrum Parkstad.

Lang werd gedacht dat een vrouw eerst minimaal vier centimeter ontsluiting zou moeten hebben voordat zij een ruggenprik zou mogen krijgen. Uit onderzoek blijkt dat de ruggenprik het bevallingsbeloop echter niet verstoort.

'Geen luxeproduct'

Nederland is één van de weinige Europese landen waar vrouwen alleen op verzoek pijnstilling tijdens de bevalling krijgen. De landelijke richtlijn uit 2008, waarbij vrouwen tijdens de bevalling binnen een uur een ruggenprik horen te krijgen als ze daar om vragen, wordt nog niet bij alle ziekenhuizen volledig gevolgd. Wassen:  “Academische centra zijn daar wel 24 uur per dag voor uitgerust, maar uit een telefonisch onderzoek in 2010 bleek dat slechts 57% van de algemene ziekenhuizen binnen een uur de ruggenprik kan zetten. Dat zou niet zo mogen zijn. Pijnstilling is geen luxeproduct, je moet het gewoon kunnen krijgen.”

Risico's van ruggenprik

Een ruggenprik zorgt er voor dat de buik en benen gevoelloos worden, zodat de bevalling pijnloos verloopt. Wassen adviseert op basis van haar onderzoeksresultaten om de ruggenprik niet als standaardbehandeling in te voeren, omdat uit een van de studies blijkt dat een ruggenprik leidt tot een grotere kans op bijwerkingen, zoals lage bloeddruk, bewegingsbeperking in de benen en toch ook een hoger risico op een kunstverlossing. Wassen stelt dat het belangrijk is om de onderzoeksresultaten te gebruiken om zwangere vrouwen beter voor te lichten over de mogelijkheden van pijnstilling.