Nieuws
873920
Nieuws

Politici die zélf ’in het veld’ stonden, maken zich sterk voor oud-militairen

’Zorg voor veteranen’

Politici en militairen opereren aan verschillende kanten van het nationale belang. Zonder militairen geen missies, maar zonder politici geen veteranen – het is de politiek immers die de militair op uitzending stuurt. Bij sommige Tweede Kamerleden is de band met de militair nog inniger; ze zijn zelf veteraan of hebben zich sterk gemaakt voor diens bijzondere positie.

Angelien Eijsink van de PvdA is Kamerlid sinds 2003 en sindsdien ook woordvoerder Defensie. Zij was de grote kracht achter de wet die maatschappelijke erkenning en medische zorg voor veteranen regelt.

„In juni 2003 ontmoette ik Iety Zonneveld, vrouw van Bosnië-veteraan Henry. Zij gaf mij een dik dossier over ptss. Ik ben toen bij veel Indië-gangers thuis op de koffie geweest en heb geluisterd naar wat ze allemaal hadden meegemaakt, het gemis aan erkenning en waardering dat ze al die jaren hadden gevoeld. Ze kwamen thuis op de kade, kregen een sinaasappel en konden naar huis. Bij Cambodja-, Libanon- en Korea-veteranen was het niet veel beter. Pas na de parlementaire enquête over Srebrenica kwam er een beweging op gang die uiteindelijk leidde tot de Veteranenwet.

Erkenning

Daarin is de psychische zorg geregeld vóór, tijdens en na uitzending, en is de bijzondere positie van de militair vastgelegd. Ik ben er trots op dat de politiek in dit proces een schakel is geweest. Maar uiteindelijk is het de strijd voor erkenning van de veteranen zelf geweest waarop we trots mogen zijn.”

Andre Bosman van de VVD kwam in 1987 bij de Koninklijke Luchtmacht en werd daar F16-vlieger en vlieginstructeur. Sinds 2010 is hij Kamerlid. Gaat over koninkrijksrelaties, visserij en defensiepersoneel.

„Toen Sinterklaas in 2006 in mijn woonplaats Middelburg aankwam, was ik er niet bij. Ik was toen liaison-officier bij het F16-detachement in Afghanistan. Tegen mijn kinderen van toen 3 en 7 had ik vooraf gezegd: ’Pappa moet weg, mensen helpen in een ver, arm land’. Ik herinner me het kampvuur en de kinderchampagne tijdens Oud en Nieuw in Kabul. Dat was speciaal, maar ook moeilijk, vooral voor mijn vrouw.

De zorg voor de militair is enorm verbeterd. Er is een heel traject van begeleiding voor, tijdens en na uitzendingen. Dat wil zeggen: als een veteraan zijn vinger opsteekt om te zeggen dat het niet goed gaat. Het is nog altijd lastig om de militairen te bereiken die over hun problemen zwijgen.”

Raymond Knops van het CDA deed begin jaren negentig de officiersopleiding van de Koninklijke Militaire Academie in Breda en leidde daar luchtmachtcadetten op. Hij kwam in 1995 bij de Groep Geleide Wapens in De Peel en maakte van oktober 2004 tot februari 2005 deel uit van de missies SFIR-4 en SFIR-5 in Irak.

Verleden

„Ik heb in de politiek elke dag voordeel van mijn militaire verleden. Niet alleen omdat ik als Kamerlid over Defensie ga en snap wat op missie gaan betekent, maar ook omdat ik bij de krijgsmacht heb geleerd koel afwegingen te maken, besluiten te nemen en die vervolgens uit te voeren – heel simpel. Voor mijn uitzending naar Irak had ik al tien jaar militaire ervaring. Maar de sfeer van zo’n missie, de kameraadschap, de scherpte en superconcentratie waartoe lichaam en geest in staat blijken, zijn bijna niet te beschrijven. Als ik in het veld ben en contact heb met militairen, is het wat dat betreft altijd weer thuiskomen.”

Wassila Hachchi van D66 zat van 2003 tot en met 2007 bij de Koninklijke Marine. In de Kamer is zij woordvoerder Defensie.

„Ik ben welbeschouwd geen veteraan, want heb alleen trainingsmissies gevaren, op de Hr. Ms Rotterdam en op de oude Karel Doorman, onder meer op de Middellandse Zee. Ik wilde na mijn studie bedrijfskunde iets praktisch, en wat is er dan mooier dan varen, wat van de wereld zien? Het heeft me veel voordeel gebracht. Ik heb meer gevoel bij Kamerdebatten over Defensie, weet wat er aan de andere kant leeft, besef hoe bijzonder het werk van de militair is. De politiek moet zich beseffen dat het uiteindelijke gevolg van een besluit tot uitzending kan zijn dat er militairen dood gaan. Daarom is het niet meer dan logisch dat de politiek zich ook verantwoordelijk voelt voor een goede veteranenzorg. Gelukkig kunnen we trots zijn op hoe het nu is geregeld.”