Nieuws/Binnenland

Kabinet: meer steun gematigde oppositie Syrië

Het kabinet gaat de steun voor de gematigde Syrische oppositie opvoeren. Ook groepen die onder het Vrije Syrische Leger vallen, kunnen hulp verwachten. Wapensteun is echter uitgesloten, schrijft het kabinet maandag aan de Tweede Kamer.

De oppositie moet „in staat worden gesteld een geloofwaardig alternatief te vormen” voor Islamitische Staat (IS) en het regime van president Bashar al-Assad. De steun moet ertoe leiden „dat zij effectief kunnen blijven opereren en de gematigde oppositie niet verder wordt gemarginaliseerd”.

Een 'factfinding-missie' van Buitenlandse Zaken en Defensie heeft vorige week onderzoek gedaan naar steun aan gematigde gewapende groepen die zijn teruggedrongen tot delen van het noorden en zuiden van Syrië. Nederland steunt de oppositie al sinds het conflict ruim drie jaar geleden uitbrak.

Militair steunt het kabinet alleen de strijd tegen IS in Irak. Hiervoor worden F-16's ingezet en gaan Nederlandse militairen hun Iraakse collega's trainen. IS in Syrië bestrijden kan niet omdat daarvoor volgens het kabinet een internationaal juridische onderbouwing ontbreekt.

Een internationale coalitie van 24 landen vecht tegen IS in Syrië en Irak, politieke steun is er van zo'n zestig landen. Bij de hulp aan de gematigde organisaties in Syrië trekt Nederland nauw op met partners als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

Volgens het kabinet kan in Syrië „niet worden gesproken van positieve ontwikkelingen”. De gematigde oppositie wordt steeds verder teruggedrongen. In sommige gebieden vecht de gematigde oppositie samen met radicale islamistische groepen tegen het leger van Assad.