Nieuws/Buitenland

Geëxecuteerde Chinees blijkt onschuldig

Een Chinese tiener die in 1996 ter dood werd gebracht, blijkt toch onschuldig. Volgens Chinese media heeft een rechter maandag de naam van Hugjiltu gezuiverd.

Hugjiltu vond in 1996 in het plaatsje Hohhot een verkrachte en vermoorde vrouw op een openbaar toilet. Hij stapte naar de politie, maar werd zelf opgepakt. Hij bekende tijdens een verhoor van liefst 48 uur, maar trok die bekentenis tijdens een gehaast proces weer in. Bovendien was er geen bewijs en wees alles op de onschuld van de achttienjarige man. Toch werd hij ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.

In de afgelopen tien jaar werd de onschuld van Hugjiltu al steeds duidelijker. In 2005 bekende een serieverkrachter uit dezelfde regio tien moorden, waaronder die in Hohhot. Maar de man werd maar voor negen zaken berecht. In 2009 zei een anonieme, hooggeplaatste bron dat de naam van de onterecht veroordeelde jongen niet werd gezuiverd, omdat het officiële beleid in China dan voorschrijft dat mensen die aan de zaak hebben gewerkt moeten worden berecht. Dat zou heel lastig zijn, aangezien veel mensen waren overgeplaatst of gepromoveerd.

De Chinese vicepresident van het hooggerechtshof bood maandag zijn excuses aan de familie van de jongen aan en beloofde een schadevergoeding.

Het aantal executies na een rechterlijke uitspraak in China is verreweg het grootste ter wereld. In 2013 werden er zo'n 2400 mensen ter dood gebracht. Dat aantal daalt wel gestaag: in 2002 waren het er nog 12.000, schatte de mensenrechtenorganisatie Dui Hua eind oktober.