Nieuws/Binnenland

Standaard 'vrouwenberoepen' krijgen de voorkeur

Beroepskeuze meisjes al 50 jaar hetzelfde

Hoewel meisjes steeds hoger opgeleid zijn en gemiddeld een hoger schoolniveau hebben dan mannen, kiezen ze toch steeds voor de welbekende 'vrouwenberoepen'.  

Vrouwen hebben de afgelopen decennia massaal hun intrede gedaan op de arbeidsmarkt.  Maar wat blijkt als je de studiekeuze bekijkt, blijkt daar door de jaren heen weinig verandering in gekomen te zijn. Dit meldt de Standaard.

Dit blijkt uit de analyse van de sociologen Ignace Glorieux en Ilse ­Laurijssen van de Vrije Universiteit Brussel (VUB).  Ze vergeleken een eerdere studie over de inschrijvingen aan de universiteiten in de academiejaren 1958-1959 en 1988-1989 met de gegevens over de academiejaren 2005-2006 en 2011-2012. Daarnaast voegden ze er de inschrijvingen voor de professionele bacheloropleidingen aan toe.

Dezelfde studierichtingen

Hun opvallende conclusie is dat vrouwen (en mannen) inhoudelijk gezien eind jaren vijftig dezelfde studierichtingen kozen als nu.

Ze verdeelden de opleidingen in 'interne' en 'externe' richtingen. De 'interne' studierichting gaat over mens en cultuur (alfakant). De 'externe' gaat over het controleren van de fysieke omgeving. Rechten, psychologie en sociale wetenschappen horen bij de groep interne,  maar ook biomedische of zuivere wetenschappen. Technologie, ingenieurswetenschappen en diergeneeskunde vind je in de externe opleidingen (de bètakant).

Daarnaast is er een groep (tussengroep) die ook extern genoemd kan worden, maar die zich buigt  over het menselijk organisme. Bijvoorbeeld geneeskunde.

Jonge vrouwen

En wat bleek? Vrouwen kozen zowel in de ­jaren vijftig van de vorige eeuw als in 2011 massaal voor de 'interne’ richtingen, de alfakant, en voor de tussengroep. In de 'externe' groep, de bètakant, zijn en blijven de mannen in de meerderheid.

In het jaar 1958 koos 78,2 procent van de jonge vrouwen voor een alfarichting.  Bijna 50 jaar later, in 2005 was dat precies hetzelfde. In 2011 gaat het om 75,5 procent ­van de vrouwen die voor een alfavak kiezen.

Verbazend is dat de verhouding tussen mannen en vrouwen stabiel blijft. De kans dat vrouwen voor een 'interne' richting ­kiezen, ligt in alle onderzochte jaren 20 procent hoger dan bij de mannen. Zowel in de academische als in de professionele richtingen.

Fundamentele kwesties

"Dat meisjes en jongens andere interesses hebben, dat is bekend", zegt onderzoekster ­Ilse Laurijssen. "Maar dat er zo weinig ­beweging in de studiekeuze zit over de ­decennia heen, dat is toch wel verrassend."

Of de samenleving hen deze keuze oprdringt, weet de wetenschapster niet. "Daar komen we op een fundamentele kwestie. Het raakt in ­ieder geval iets wat diep ingebed zit. Over wat we als mannelijk en wat we als vrouwelijk beschouwen. En dan hebben we het niet alleen over studierichtingen, maar over heel veel in de samenleving."

Nederland

In ons land zijn de cijfers vergelijkbaar. Hoewel er steeds meer vrouwen voor een technische opleiding kiezen, blijft de beroepskeuze aardig standaard.

Top 10 beroepen waar vrouwen het meeste voor kiezen:

1. Winkelbediende/verkoopster

2. Docent basisonderwijs/algemeen vormende vakken

3. Medewerker huishoudelijke dienst

4. Pedagogisch medewerker, bejaarden- en gehandicaptenverzorger

5. Ziekenverzorgende

6. Notulist, secretaresse

7. Receptionist, baliemedewerker

8. Boekhouder, bedrijfskassier, loonadministrateur

9. Maatschappelijk werker, sociaalcultureel werker

10. Verpleegkundige

(cijfers:emancipatiemonitor CBS/SPB)