Nieuws/Binnenland
882322
Binnenland

Turkije wil rol bij integratie

Turkije wil wel degelijk een rol spelen bij het integratiebeleid in Nederland en andere Europese landen. Die integratie is in zijn ogen mislukt.

Dat zegt de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu tegen de NOS.

'Logisch'

Cavusoglu benadrukt dat Turkije zich niet wil opdringen, maar dat de zaken van Turkse Nederlanders ook Turkije aan het hart gaan. "Als de Turken die in Nederland wonen zoveel aanvallen over zich heen krijgen, dan is het heel logisch dat wij daar gevoelig voor zijn en daar een mening over geven. Het is onjuist om te denken dat Turkije geen band zou hebben met de Turken in Europa."

,,Er zijn 5 miljoen Turken in Europa. Er is een trend in Europa waarbij immigranten als eerste geraakt worden'', aldus de bewindsman. ,,Als migranten het mikpunt worden, worden Turken en moslims op de eerste rij gezet.''

De Turkse minister noemt de integratie in Europa mislukt. "Dat de integratiepolitiek in Europa niet werkt, geven partijen in Europa zelfs toe. Bij integratie moet er samenwerking zijn tussen de landen waar mensen vandaan komen en waar ze nu wonen," zegt hij.

Racistisch

Cavusoglu zei verder dat hij Nederland niet racistisch vindt. "Maar er zijn racistische stromingen. Kijk maar naar de uitslag van de Europese verkiezingen," aldus de minister. Turkije maakt zich daar zorgen over.

Vorige week zette het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken een verklaring op zijn website waarin de Nederlandse overheid van racisme wordt beschuldigd. Minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) liet zijn Turkse collega daarop weten dat Nederland geen buitenlandse bemoeienis wil met het integratiedebat.

Excuses

Een telefoongesprek, vrijdag, tussen Koenders en Cavusoglu zorgde er volgens het Turkse ministerie niet voor dat de kou nu uit de lucht is. Maar voor Nederland was de diplomatieke rel eigenlijk wel voorbij.

Het kabinet vindt excuses van de Turkse regering niet nodig. De Turken hebben gezegd dat de verklaring over racisme in Nederland niet bedoeld was voor de Nederlandse overheid, zei premier Mark Rutte daar vrijdag over na afloop van de ministerraad.