884000
Nieuws

Fiscale steun voor banen

Het afgelopen jaar is de onvrede over belastingontwijking door internationale concerns die wereldwijd over bedrijfsvestigingen bechikken sterk toegenomen. Ze maken op een legale wijze gebruik van verschillen in belastingtarieven, fiscale aftrekposten en inter-nationale belastingverdragen. Zo slagen ze er in hun belastingdruk in veel landen aanzienlijk te verlagen. Overal haasten politici zich om in de media kenbaar te maken dat de handelswijze van deze bedrijven maatschappelijk onaanvaardbaar is.

Dat is raar, want alle landen hebben tot op heden deze vorm van belastingbesparing zelf mogelijk gemaakt; belastingdiensten geven veelal zelf vooraf hun goedkeuring aan multinationals. Denk aan het voorbeeld van Starbucks in Nederland. Bovendien doen regeringen van alle politieke kleuren er alles aan om met fiscale en andere voordelen internationale ondernemingen naar hun land te lokken en gevestigde binnenboord te houden.

Op het fiscale vlak gaat het om een breed pakket aan lokkertjes, zoals lage winstbelastingtarieven tussen 5%-20%, speciale fiscale aftrekposten voor bedrijfsinvesteringen en fiscale douceurtjes voor buitenlands topmanagement. Buiten de fiscaliteit krijgen deze ondernemingen vaak ook andere tegemoetkomingen, zoals goedkope bedrijfshallen en kantoren, lage energietarieven, goedkope grond en forse subsidies die de loonkosten verlagen.

Schaduwkanten

Deze voordelen vallen in bepaalde gevallen hoger uit dan die op het fiscale vlak. Critici van het fiscale beleid wijzen op de schaduwkanten, zoals een race naar de laagste belastingdruk. Ze menen ook dat dit verlies aan winstbelasting wordt afgewenteld op werknemers. Zij draaien op voor de belastingkortingen en moeten hogere belastingen betalen.

Maar dat hoeft niet het geval te zijn en het zou de economische groei ookafremmen. In veel landen wordt het verlies aan belastinginkomsten daarom opgevangen door een overheid die efficiënter gaat werken, kleiner wordt en zelf schrapt in improductieve overheidsuitgaven. Daardoor heeft het landminder belastingen nodig.

Bij deze concurrentie tussen landen gaat het feitelijk om het behoud van bestaande banen en het scheppen van extra arbeidsplaatsen. Door globalisering en digitalisering zal deze concurrentie overal sterk toenemen. Landen die om welke redenen dan ook niet meedoen aan de concurrentieslag, wij zijn ze nog niet tegengekomen, zouden banen verliezen en geld voor hun schatkist.

Concurrentie

Omdat bij overheden en aanverwante instellingen sprake is van een afname van de werkgelegenheid zijn landen voor extra banen aangewezen op bedrijven en die kiezen natuurlijk zelf in welk land ze gaan ondernemen.

Dat is de reden waarom ze overal ter wereld in de watten worden gelegd. Regeringen weten dat ze door deze concurrentie tussen landen minder winstbelasting ontvangen. Maar ze accepteren dat nadeel omdat het maatschappelijk belang van banen en de andere opbrengsten die arbeidsplaatsen met zich meebrengen veel hoger ligt.

Zo is een modale arbeidsplaats in de marktsector in Nederland jaarlijks goed voor bijna €17.000 aan belastinginkomsten en premies die worden afgedragen aan de schatkist en de sociale zekerheid (inclusief zorg). Daarvoor ben je als land maar wat graag bereid wat winstbelasting te laten schieten en doe je, al dan niet met tegenzin, dus mee aan deze concurrentiestrijd.

Aantrekkelijk vestigingsland

Juist omdat het om arbeidsplaatsen gaat, heeft Nederland geen andere keuze dan ervoor te zorgen dat we in alle opzichten, dus ook fiscaal, een aantrekkelijk vestigingsland blijven. Doordat de mobiliteit van ondernemers toeneemt is de belastingdruk op winsten een belangrijke concurrentiefactor.

Voor ondernemers zijn belastingen een kostenpost die ten koste gaat van de financiële ruimte voor bedrijfsinvesteringen en de uitkeringen aan aandeelhouders, waaronder ook pensioenfondsen voor werknemers zitten. Bovendien moeten ze internationaal blijven concurreren met andere bedrijven die er ook alles aan doen om deze kostenpost zoveel mogelijk te beperken. Verliezen ze deze slag dan kost dat omzet en banen die ook voor de schatkist veel geld opleveren.

In de internationale ondernemerswereld wordt dan ook laconiek gereageerd op de politieke ophef over belastingontwijking. Net als van werknemers die hun belastingbiljet zo voordelig mogelijk proberen in te vullen, kun je van bedrijven niet verwachten dat zij meer belasting gaan betalen dan de wet ze voorschrijft.

Belastingwetgeving

Als landen deze fiscale concurrentie niet willen, kunnen ze dat gezamenlijk regelen door zoveel mogelijk gelijke belastingwetgeving in te voeren, zo stelt het internationale bedrijfsleven.

Vanwege de schadelijke kanten zou ieder land daarvan ook voorstander moeten zijn. Tijdens internationale vergaderingen zien we die overeenstemming ook. Maar als de regeringsleiders weer thuis zijn in eigen land dan ligt de prioriteit bij banen en de nationale schatkist en wordt er van alles bedacht om concurrerend te blijven.

Zo vindt er in veel landen zelfs binnen het eigen land een heftige concurrentie tussen lokale overheden en federale staten plaats. Een spraakmakend voorbeeld is de Amerikaanse staat Delaware, dit jaar door zakenblad Forbes uitgeroepen tot het beste belastingparadijs van de wereld.

Zolang we geen ideale wereld hebben waarin een maatschappelijk verantwoorde wereldregering deze concurrentie beperkt, moeten we het hebben van vrijwillige afspraken tussen zoveel mogelijk landen. In OESO-verband worden pogingen gedaan om de internationale fiscale concurrentie en ontwijking te beteugelen.

Miljardenverlies

Recent heeft deze denktank aanbevelingen gepubliceerd die er op neerkomen dat fiscale winsten zoveel mogelijk worden toegerekend aan landen waar producten geproduceerd worden. Als die worden uitgevoerd dan lopen landen met een grote dienstensector, zoals Nederland, het risico van een miljardenverlies aan belastinginkomsten.

Nu de voor- en nadelen van de OESO-aanbeveling om belastingontwijking aan te pakken duidelijk worden, heeft elk land wel argumenten om een eigen koers te blijven varen. Veel landen vinden het niet acceptabel dat de felle concurrentie buiten op belastingwetgeving dan zou verdwijnen, maar met andere voordelen voor ondernemingen ongemoeid blijft. Door de verschillende nationale belangen die vooral om banen gaan, is de kans op een snelle gezamenlijke internationale aanpak van belastingontwijking klein.

Toch moet Nederland er rekening mee gaan houden dat op termijn bij de winstbelasting internationaal meer nadruk op de productie wordt gelegd. Het is verstandig om hier goed op te letten en fiscale en andere stimulansen voor ondernemingen vooral te richten op de nieuwe banenmotor van ons land, de smart industry die we in onze column van vorige week hebben toegelicht.