884456
Binnenland

COLUMN

Kleine vriend

Vorige week zag ik volwassen mannen in snikken uitbarsten bij het ter ziele gaan van een robot. Het ging om de komeetlander Philae, waarvan de batterijen door de landing op een ongunstige plek niet konden worden opgeladen.

Ik zag tweets voorbijkomen, waarin de robot, aangesproken met ‘kleine vriend’, werd aangespoord vol te houden. En toen het laatste piepje op miljoenen kilometers afstand in het ESA ruimtevaartstation had geklonken, waren het de mannen die hun tranen niet konden bedwingen. Volgens mij hebben mannen snel een band met een object dat door vrouwen als een vreemd abstract wezen wordt beschouwd. Dat geldt in het bijzonder voor de emotionele betrokkenheid tussen mannen en technische artikelen zoals hun auto of hun boot. Mannen houden echt van hun boot en kunnen tot tranen geroerd zijn als er iets naars mee gebeurt. Ze geloven in de ziel van hun jacht en proberen zo goed mogelijk met het vaak wispelturige karakter om te gaan. En natuurlijk zijn er ook vrouwen die intens van hun boot houden, maar voor mannen is het meer dan alleen het vehikel van hun vrijetijdsbesteding. Boten zijn een verlengstuk van het mannelijke ‘zijn’. Zo ervaar ik dat ook zelf. En als ik dan naar mijn groen uitgeslagen boot in het winterlandschap kijk, mompel ik zachtjes: “hou vol, kleine vriend”.