Nieuws/Binnenland

Speciale poging identificatie vermisten zee

De politie en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gaan proberen onbekende slachtoffers uit zee met DNA-onderzoek alsnog te identificeren. Volgens het NFI worden DNA-profielen van nabestaanden van mensen die op zee vermist raakten, hiervoor vergeleken met profielen van lichamen die langs de kust van de Noordzee zijn aangespoeld.

Nabestaanden kunnen daarvoor wangslijmvlies afstaan aan rechercheurs van het Coldcase Team van de politie in Den Haag. Het project richt zich naast vissers ook op andere slachtoffers die niet van de Noordzee of aangrenzend water zijn teruggekomen.

Het NFI verwacht begin volgend jaar de eerste resultaten. De politie stelt nabestaanden van wie het DNA-profiel een match heeft opgeleverd, persoonlijk op de hoogte.

Op dinsdag 25 november is er een voorlichtingsbijeenkomst voor nabestaanden in het Katwijks Museum. Hier kunnen ze ook een DNA-monster laten afnemen.

Jan van Welie is iemand die meedoet aan het project. Toen hij zes jaar was, verloor hij zijn vader, de toen 28-jarige schipper Toon van Welie.

„Op vrijdag 20 februari 1970 werd het weer steeds slechter. Voor de kotter van mijn vader, voer mijn opa”, vertelt hij. „Om 19.00 uur spraken ze elkaar nog over de marifoon. Daarna zag opa ineens een enorme golf opdoemen. Hij maakte snelheid en wist zijn schuit heelhuids over de golf te krijgen.”

Dat lukte zijn vader niet. Jan: „Waarschijnlijk is de kotter op de golf achterover geslagen. De vijfkoppige bemanning had geen schijn van kans. Alleen het lichaam van de stuurman is later opgevist door een Volendamse kotter, de rest is nooit teruggevonden.”