887082
Binnenland

Weer ruzie bij de PvdA

Binnen de Tweede Kamerfractie van de PvdA is opnieuw ruzie uitgebroken over het integratiebeleid. Twee Turkse Kamerleden hebben de hoon van hun collega-sociaaldemocraten over zich heen gekregen door publiekelijk minister Asscher (Integratie) af te vallen. Partijgenoten Selcuk Öztürk en Tunahan Kuzu zijn boos dat de vicepremier en ’kroonprins’ van de PvdA het waagt Turkse religieuze organisaties te bekritiseren.

Deze twee Kamerleden hebben nauwe banden met Nederlandse afdelingen van de door Asscher fel bekritiseerde organisaties, zeggen meerdere bronnen tegen De Telegraaf. Öztürk is volgens hen betrokken bij de Islamitische stichting Diyanet. Deze is direct gelieerd aan de afdeling ’geloofszaken’ van het ministerie van Algemene Zaken van Turkije. Via de stichting ’De Verre Hand’, waar Öztürk lid van was tot hij in de Tweede Kamer plaatsnam, was Diyanet sponsor voor liefdadigheid vanuit ons land. Kuzu behoort tot de conservatieve Suleymanci-stroming, die niet zozeer politiek actief is maar wel Koranscholen en –internaten beheert. Deze groepering zat ook achter de recent gesloten imamopleiding van hogeschool InHolland.

Via dergelijke organisaties kan de „lange arm van Turkije” integratie in Nederland belemmeren, bleek in september uit onderzoek dat Asscher naar ze liet uitvoeren. De bewindsman hekelde toen het gebrek aan transparantie van deze verenigingen. „Daarom is het bijna onmogelijk om te bepalen of en hoe deze organisaties de integratie van Turkse Nederlanders beïnvloeden”, zei Asscher toen.

Dit was tegen het zere been van Kuzu en Öztürk, die in op Nederlandse Turken gerichte media suggereerden dat zij de minister ’ontboden’ hadden in de Tweede Kamer. Het zette kwaad bloed bij de rest van de fractie. Kamerlid Marcouch, woordvoerder integratie bij de partij, sabelde de woorden van zijn Turkse collega’s gisteren neer. Het zou ’niet deugen’ wat ze gezegd hebben. „Het zijn vreselijke uitspraken, en ik baal ervan”, aldus Marcouch.

De twee Turkse fractiegenoten, die in de wandelgangen van de Kamer een haast onafscheidelijk duo vormen, waren woensdag niet te vinden aan het Binnenhof. Ook reageerden ze niet op verzoeken tot commentaar. Andere Kamerleden maken van hun hart geen moordkuil. „De kritiek is oncollegiaal en onterecht”, foetert er één. „Ik wil wel eens horen wat die twee tegen hun 36 fractiegenoten te zeggen hebben.” Een ander Kamerlid vraagt zich af wat de Turken bezield heeft. „Wie denk je dat je bent, dat je de vicepremier kan ’ontbieden’?” Het initiatief voor het gesprek zou juist door Asscher zijn genomen. Een derde werpt een veelbetekende blik toe als gevraagd wordt of het duo voor de PvdA of voor het Turkse belang in de Kamer zit.

Asscher onthoudt zich van commentaar, maar het is de vraag hoeveel indruk Öztürk en Kuzu op hem hebben gemaakt. „Ik kan hun namen niet eens onthouden”, klinkt het in kringen rond de vicepremier. Ook partijvoorzitter Spekman wil niet reageren.