Nieuws/Buitenland

Betoging in Brussel loopt uit de hand

Een nationale betoging in België is donderdagmiddag uit de hand gelopen. Meer dan 100.000 demonstranten trokken van noord naar zuid door Brussel. Bij het eindstation koelde een deel van de betogers zijn woede op auto's en verkeerslichten. De politie zette traangas en het waterkanon in.

Bij de rellen raakten zeker zestig personen gewond, zowel betogers, omstanders als politieagenten. Niemand raakte ernstig gewond. Wel moesten 24 mensen naar het ziekenhuis voor behandeling. Media bestempelden de omgeving van het Zuidstation al snel tot oorlogsgebied vanwege de enorme ravage die er werd aangericht.

De betoging was door de vakbonden georganiseerd als protest tegen de bezuinigingsplannen van de regering. „Dit is het startschot”, zo klonk het bij de vakbonden. „De mensen zijn niet zot, ze zijn het zat!” Met name de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar zit veel betogers dwars.

Er zijn al meerdere stakingsdagen gepland en op 15 december willen de vakbonden heel België platleggen.

De betoging leidde niet alleen in Brussel tot overlast. Ook in andere grote steden was het openbaar vervoer ontregeld. Bedrijven in de haven van Antwerpen en de Volvofabriek in Gent draaiden wel, maar niet op volle kracht, omdat werknemers naar Brussel waren voor de manifestatie.

Onder de betogers was ook oud-premier Elio Di Rupo. De Franstalige socialist noemde de maatregelen van de nieuwe regering onder leiding van de Franstalige liberaal Charles Michel onrechtvaardig en onevenwichtig.

De vakbonden veroordeelden het geweld. Relschoppers van buitenaf zouden volgens de socialistische vakbond het ergste geweld hebben veroorzaakt.