888833
Nieuws

Onderzoek

Vakantiedagen opgespaard

Nederlanders lijken, in vergelijking tot de inwoners van andere landen, steeds meer vakantiedagen op te sparen voor een lange vakantie. Bijna een kwart (24 procent) neemt zijn of haar vakantiedagen liever mee naar een volgend jaar, om er dan direct voor langere tijd tussenuit te gaan.

Naast het opsparen van dagen voor bijvoorbeeld een wereldreis, worden vakantiedagen in iets meer dan de helft (51 procent) van de gevallen ook gebruikt voor diverse korte vakanties en/of een lang weekend weg. Nederlanders scoren daarmee rond het wereldwijde gemiddelde van 53 procent.

Dit blijkt uit het jaarlijkse 'Vacation Deprivation'-onderzoek onder werknemers uit Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Europa, Azië en Australië, uitgevoerd in opdracht van Expedia. De studie werd uitgevoerd onder 7.855 volwassenen in 24 landen. Er deden 300 Nederlanders aan mee.

Dna

'Wie wat bewaart, die heeft wat', zullen veel Nederlanders denken als het om hun vakantiedagen gaat. Wereldwijd zijn het de Nederlandse werknemers (54 procent), samen met de Zuid-Koreanen (61 procent) en Japanners (60 procent), die het meest geneigd zijn minder vakantiedagen op te nemen dan men beschikbaar heeft. Het wereldwijde gemiddelde bedraagt in dit geval 35 procent. Het lijkt er sterk op dat sparen in het dna van de Nederlander zit. Met meer dan 90 procent die zijn of haar hele vakantiebudget vooraf spaart, stonden Nederlanders al bekend als een van de meest actieve spaarders voor vakanties. Dat geldt dus ook voor het opsparen van vakantiedagen, al dan niet voor een lange vakantie.

Geen schuldgevoel

Nederlandse werknemers voelen zich over het algemeen niet schuldig om vakantiedagen op te nemen. Bijna twee derde (63 procent) heeft hier totaal geen moeite mee. We scoren daarmee iets hoger dan het wereldwijde gemiddelde (62 procent). Ons werk speelt zelden een rol in het afblazen dan wel uitstellen van de vakantie (72%).

Blij ei

In vergelijking met de rest van de wereld, krijgen Nederlanders het blijste gevoel van op vakantie gaan. Dit is voor twee derde (64 procent) van de Nederlanders het geval. Wereldwijd bedraagt dit percentage 48 procent.

Van korte duur

Het blije gevoel dat veel Nederlanders krijgen door hun vakantie is helaas maar van korte duur. Bijna een kwart (24 procent) zegt het na amper één dag alweer kwijt te zijn. Wellicht dat dit verklaart waarom bij Nederlanders het goede vakantiegevoel niet tot nauwelijks bepalend is voor het overall geluksgevoel. Aan al het goede komt namelijk een einde, zo ook aan de vakantie. Dat idee kan er voor zorgen dat wij, nuchter als we zijn, ons niet teveel van de wijs laten brengen door het euforische gevoel dat een vakantie kan geven. De Italianen daarentegen houden het goede vakantiegevoel graag wat langer vast. Bijna een kwart (23 procent) geniet nog tot een week na van hun vakantie.