Nieuws/Vrouw

Wat Zij Vindt

Babytsunami

Afgelopen weekend bewonderde ik de nieuwste aanwinst in onze vriendengroep. Een lief klein meisje  dat sprekend op haar moeder lijkt. Met haar grote, blauwe ogen keek ze nieuwsgierig de wereld in, haar lange vingers pakten de mijne stevig vast. Ik gaf haar de fles en was op slag verliefd.

Om me heen scharrelden nog twee van die kleine dametjes. Eén kan net een beetje kruipen, de ander zit in het stadium dat ze volzinnen begint te produceren. Vier stellen, drie kleine kinderen. Wat is er veel veranderd in een paar jaar…

Twee jaar geleden had ik één vriendin die jong moeder was geworden, voor de rest was iedereen nog kinderloos en ongebonden. Zo anders is het nu: ik word omringd door baby’s, peuters, kleuters en dikke buiken. In onze vriendinnen-whatsappgroep gaat het tegenwoordig vaak over doorslapen/zieke peuters/eerste stapjes en berichtjes over zwangere zussen, nichtjes, vriendinnen, kennissen, buurvrouwen, collega’s en meisjes van de bakker vliegen me om de oren. Iedereen lijkt wel in verwachting of net geworpen te hebben. Er heerst een ware babytsunami in het land der net-dertigers.

En dat lijkt besmettelijk. Geen idee of het gewoon door de leeftijd komt of door al die baby’s om me heen, maar mijn eierstokken doen regelmatig een tapdansact waar Ginger Rogers en Fred Astaire jaloers op zouden zijn geweest. Rikketikketikketikketik. Rammel de rammel. Er zijn momenten dat ik het liefst vandaag een kind zou krijgen. Wat zeg ik? Gisteren!

Maar zoiets beslis je niet in je eentje natuurlijk, en De Verkering ziet nageslacht produceren vooralsnog meer als een plan voor de wat langere termijn. Hij wil eerst nog even een tijdje genieten van het leven samen, voor we aan een nieuwe fase beginnen. En hij heeft ook wel gelijk: de komst van een mini-Rianne of een mini-Verkering gaat ons leven drastisch omgooien en dat is soms best een angstaanjagend idee.

Dan heb ik het niet alleen over dat alles opeens beter gepland moet worden, dat mijn lichaam zover gaat opzwellen dat het nooit meer helemaal goed komt, dat we voor onbepaalde tijd systematisch te kort gaan slapen en dat ik maandenlang gebruikt ga worden als veredelde melkfabriek.

Nee, vooral het idee dat je compleet verantwoordelijk bent voor het geluk van een klein mensje vind ik eng. Dat zo’n hummeltje helemaal van jou afhankelijk is en ook nooit meer weggaat. Dat je hem of haar niet even een paar dagen niet hebt, als je niet meer weet wat je ermee aan moet. Dat je alles wat je doet op zo’n kindje aan moet passen en dat je een deel van de vrijheden die je hebt en die je zo vanzelfsprekend vindt, in moet leveren. Als ik daar te diep over nadenk… dan vraag ik me wel eens af of ik er ooit wel echt klaar ga zijn voor het moederschap. En wanneer weet je dan zeker dat je echt zover bent? Maar voor dat getwijfel van potentiële moeders-in-spé heeft de natuur een trucje bedacht om ons uiteindelijk toch over de streep te trekken: hormonen. Want even later valt mijn oog weer op een snoezig rompertje in een warenhuis, of komt er via whatsapp een filmpje binnen van een blije peuter die een liedje voor ‘Tante Rianne’ zingt, en ja hoor: die vermaledijde eierstokken rammelen weer vrolijk verder.

Nu alleen nog even wachten tot De Verkering ook zover is.

Wil je meepraten over Wat Zij Vindt? Dan kan dat áltijd onder de artikelen van onze panelleden. Of tweet met ons mee met #wzv!