Nieuws/Binnenland
889424981
Binnenland

Celstraf geëist voor plaatsen nep-explosief Joods restaurant HaCarmel in Amsterdam

Verdachte Hassan N. met advocaat Myrddin Bouwman en de advocaat van slachtoffers, Herman Loonstein.

Verdachte Hassan N. met advocaat Myrddin Bouwman en de advocaat van slachtoffers, Herman Loonstein.

AMSTERDAM - Het koosjere restaurant HaCarmel is de afgelopen jaren verworden tot wereldwijd podium voor anti-Israël gevoelens. Maar van de zeven verwerpelijke incidenten in de afgelopen 2,5 jaar is de nepbom van 14 januari 2020 het hardst aangekomen bij de eigenaren. Pater Familias Sami Baron in zijn slachtofferverklaring op de rechtbank van Amsterdam: ,,De mensen vinden ons restaurant niet veilig meer. Mijn zaak is kapot.” De officier van justitie eiste tegen verdachte Hassan N. twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk.

Verdachte Hassan N. met advocaat Myrddin Bouwman en de advocaat van slachtoffers, Herman Loonstein.

Verdachte Hassan N. met advocaat Myrddin Bouwman en de advocaat van slachtoffers, Herman Loonstein.

De 46-jarige N. was zichtbaar gesloopt door de vele harddrugs, die hij in zijn leven gebruikte. Maar zijn stem klonk krachtig. Hij ontkende sinds zijn aanhouding iets met de nepbom te maken te hebben. Maar de bewijzen tegen hem stapelen zich op, zo blijkt uit het dossier.

N., die sinds een jaar of vijf zijn leven op orde zegt te hebben met een dak boven zijn hoofd, werk en een woonbegeleider, vertelde de doos, waar de nepbom inzat, te kennen. Het karton stond op 15 januari ’s ochtends vroeg in de portiek van HaCarmel. In plaats van Heineken tulpglazen, die er volgens de buitenkant ooit in hadden gezeten, stak er een soort gefabriceerd systeem uit met een schuifje en een schakelaar, drie uitstekende draden, een knoopcelbatterij en een printplaat.

,,Die doos stond een tijdje bovenop de keuken”, legde N. uit. ,,Ik heb hem met vuil, waaronder draadjes en bladeren van het balkon, gevuld en begin januari heb ik ‘m naar buiten gebracht om weg te gooien. Voor de zekerheid had ‘m dichtgeplakt. Maar de container was vol of de klep klemde, maar ik heb hem er dus maar naast geplaatst.”

Wie plaatste doos bij HaCarmel?

Wie de doos op 14 januari ’s avonds rond half 12 bij HaCarmel plaatste, kon hij daarom niet vertellen, zo hield N. de rechtbank voor. Met zijn verhaal legde hij wel uit hoe zijn dna op de tape rond de doos kwam en hoe een mengprofiel binnenin de doos werd aangetroffen. ,,Maar verder weet ik er echt niks van.”

Gaande het onderzoek dook een brief op uit januari 2019. Die lag toentertijd bij een buurvrouw van N. op de stoep. Deze was zeer antisemitisch van toon. ,,Bitch denk aan je zoon, dood aan de Jodin, pas op je woorden, voordat ik je levend verbrand”, stond er onder meer te lezen. Er werd afgesloten met ‘Adolf 2019’ en hakenkruizen. Een handschriftspecialist stelde dat N. ‘naar waarschijnlijkheid’ de schrijver van de brief is. Ook zijn dna werd op het papier aangetroffen.

Advocaat Herman Loonstein van de familie Baron stelde dat het bij de zoveelste rechtszaak rond HaCarmel afgelopen moet zijn met het ontkennen van antisemitische motieven. Alsof HaCarmel ‘zomaar wordt uitgekozen’. ,,Ik hoef u deze familie niet eens meer voor te stellen, zo vaak zijn wij hier geweest. Deze nepbom werd letterlijk wereldnieuws. En het is nog niet klaar, want volgende week staan we er weer voor de volgende aanslag, die vier maanden erna plaatsvond en waarbij weer de ruiten sneuvelden en een poging werd gedaan de Israëlische vlag in brand te steken.”

’Politie ging te ver’

Maar N. houdt bij hoog en laag vol dat hij nimmer uit antisemitistische motieven zou handelen. Zijn raadsvrouw merkte op dat de politie te ver ging in het rondkrijgen van deze zaak. Zo zou N. op 14 mei zijn gehoord zonder advocaat, terwijl hij daar zelf wel op stond en ook meldde dat hij zich niet goed voelde en wilde stoppen met het verhoor. De rechter wilde specifiek van de officier van justitie horen, waarom er op dat moment niet gepauzeerd werd met het verhoor. ,,Omdat wij verder vroegen en hij antwoord gaf”, was het antwoord.

De rechtbank doet 26 augustus uitspraak.