Nieuws/Binnenland
890508
Binnenland

’Frisia gezonken door menselijke fouten’

Het rampschip Frisia lag al ondersteboven toen de reddingswerkers arriveerden. Tot hun immense verdriet konden ze niemand redden.

Het rampschip Frisia lag al ondersteboven toen de reddingswerkers arriveerden. Tot hun immense verdriet konden ze niemand redden.

AMSTERDAM - De eind 2010 ten noorden van Terschelling vergane schelpenzuiger Frisia is gezonken door menselijke fouten, niet door gebrekkige veiligheid of onvoldoende toerusting. Dit zei reder Matthijs van der P. (65) maandag voor de rechtbank in Amsterdam.

Het rampschip Frisia lag al ondersteboven toen de reddingswerkers arriveerden. Tot hun immense verdriet konden ze niemand redden.

Het rampschip Frisia lag al ondersteboven toen de reddingswerkers arriveerden. Tot hun immense verdriet konden ze niemand redden.

Bij de scheepsramp, bijna zeven jaar geleden, kwamen de drie opvarenden om het leven. Schipper Jan Tuin (46) werd nog levend uit het water gevist, maar overleed in het ziekenhuis. Het lichaam van stuurman Jannes Lap (49) spoelde aan op Terschelling en het stoffelijk overschot van matroos Steven van den Broek (19) werd bij het wrak in de haven van Harlingen gevonden.

Voor reddingswerkers was het verschrikkelijk om de gezonken boot te vinden, zonder dat ze in staat waren om iemand te redden. „Dat was een machteloos gevoel”, zegt Henk Spanjer van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij tegen De Telegraaf. „Ik hoopte maar een ding: dat we de bemanning levend uit het water konden halen.”

Rechtszaak

Matthijs van der P. staat met zijn bedrijfsleider Klaas B. (48) en diverse werkmaatschappijen terecht, omdat justitie vindt dat zij schuldig zijn aan de dood van de drie opvarenden. Het schip zou gebreken hebben gehad en overlevingsspullen zouden niet in orde zijn geweest.

De beschuldiging dat hij een loopje had genomen met de veiligheid, zoals eerder al geuit door de Onderzoeksraad voor Veiligheid, noemde Van der P. maandag „een steek in het hart.” Volgens hem is de ramp veroorzaakt door het besluit de bewuste avond vanaf de Waddenzee buitenom over de Noordzee terug te varen naar het Groningse Zoutkamp. Daar moest de schelpenvangst worden gelost.

Tijdwinst

Schipper Tuin kon zo tijdwinst boeken „maar hij had het nooit moeten doen”, zei de als getuige opgeroepen collega-schipper Jan Bolt maandag. „We hadden die dag samen gevist. Toen ik hem niet meer zag, heb ik gebeld. Waar zit je?, vroeg ik. Jan zei dat hij buitenom voer. Omdat het van zee harder begon te waaien, heb ik nog gezegd: niet doen, kan niet. Maar hij ging het toch proberen, zei hij.”

Van der P. (65) noemde die keuze met de fouten die de bemanning daarna in zijn ogen maakte „onbegrijpelijk”. „Luiken die dicht hadden gemoeten, bleven open. Als iemand met veertig jaar ervaring tegen je zegt dat je het niet moet doen, en je doet het toch, dan stel je toch alles in het werk om je schip waterdicht te houden?” Het proces duurt drie dagen. Dinsdag spreken de aanklagers de strafeisen uit.