Nieuws/Binnenland
898874
Binnenland

Verplicht groente en fruitbij drukke verkooppunten

Vette hap op station taboe

Als supermarkten en de levensmiddelenindustrie binnen vijf jaar niet zorgen voor een breder aanbod van gezonde voeding, moet de overheid ingrijpen. Treinstations moeten dan bijvoorbeeld worden verplicht groente en fruit aan te bieden. Dat zegt Gerard de Vries van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

„Het is natuurlijk vreemd dat een staatsbedrijf als NS Stations Retailbedrijf op zo’n tachtig treinstations voornamelijk eten verkoopt met te veel suiker, vet en zout. Terwijl diezelfde overheid kampt met een bevolking waarvan een groeiend deel lijdt aan obesitas en diabetes-2 ”, zegt De Vries.

Het belangrijkste adviesorgaan van de regering bracht deze week een rapport uit met daarin aanbevelingen op het gebied van ons voedselbeleid. We moeten veel gezonder gaan eten, is een van de conclusies. „Er is voorlichting genoeg, maar toch eet slechts een paar procent van de Nederlanders voldoende groente en fruit”, meent De Vries.

Aanbod

Dat komt volgens de hoogleraar mede doordat het aanbod niet deugt. Fabrikanten stoppen suiker, vet en zout in producten omdat mensen dat lekker vinden en het dus eerder kopen. De Vries: „De voedingsindustrie bepaalt wat we eten. Zij moeten hun aanbod dus aanpassen.”

Dat moet vooralsnog niet door allerlei regels op te leggen, denkt het raadslid, omdat zo’n veranderingsproces tijd kost. „Anderzijds is er wel haast geboden, nu steeds meer mensen lijden aan welvaartsziektes. Als dingen over vijf jaar niet zijn veranderd, moet de overheid wel ingrijpen.”

Een mooi voorbeeld is het stoplichtsysteem op producten (groen kun je gerust eten, rood moet je laten liggen en geel kan, alleen niet te vaak), dat de Wetenschappelijke Raad adviseert in te voeren. Wetenschappers zijn het er al jaren over eens dat dit keurmerk veel beter werkt dan de vinkjes die we nu in Nederland hebben. In 2010 echter werd de invoering door een leger lobbyisten uit de voedingsindustrie tegengehouden in Brussel. De Vries: „Maar dat wil niet zeggen dat we het niet opnieuw moeten proberen in te voeren. Desnoods moeten we het over vijf jaar opleggen”.