Nieuws/Binnenland
90465881
Binnenland

Ouders Roelf B. kunnen arrestatie ’niet geloven’

Roelf B. (r.) liep in 2017 nog de estafette in met het Nederlands team.

Roelf B. (r.) liep in 2017 nog de estafette in met het Nederlands team.

Het leven van de ouders van Roelf B. staat volledig op zijn kop, sinds het sprinttalent anderhalve week geleden in Hongarije voor drugshandel werd opgepakt.

Roelf B. (r.) liep in 2017 nog de estafette in met het Nederlands team.

Roelf B. (r.) liep in 2017 nog de estafette in met het Nederlands team.

„We slapen bijna niet meer, we kunnen het niet geloven”, zeggen Jakob en Jantje B. in de Volkskrant.

Het nieuws van de arrestatie van hun kind en zijn 22-jarige jeugdvriend Gert-Jan op het festival Sziget kregen ze via een telefoontje. Een hen onbekend meisje was ooggetuige van de politieactie, waarbij ook zou zijn gevochten.

Voor de ouders van Roelf kwam dat bericht als een donderslag bij heldere hemel. Het was zelfs niet eens zeker dat Roelf, geen uitgaanstype, naar het festival zou gaan. Toen hij na een zevende plaats op de 100 meter tijdens de Nederlandse kampioenschappen tot zijn teleurstelling niet werd geselecteerd voor het EK, besloot hij toch met een vriendengroep van een man of 20 mee te gaan naar Hongarije.

Dat er sprake zou zijn geweest van een grondig voorbereide handelsreis, wil er bij de ouders van Roelf niet in. „Dit is toch ook niet professioneel? Zoiets zou betekenen dat het doorgewinterde jongens zijn of dat ze daarmee omgaan. Voor mij is dat onvoorstelbaar”, zo zegt Roelfs vader in het interview. Dat er in de vriendengroep drugs werd gebruikt, weerspreekt Jakob B. niet. „Zover ik weet gebeurde het niet op grote schaal.” Veel geld heeft Roelf B. ook niet op zijn bankrekening staan. „Die drugs heeft hij nooit kunnen betalen.”

Dat hun zoon vorig jaar ook al op Sziget in drugs zou hebben gehandeld, is volgens de ouders onzin. „Hij ging dit jaar voor het eerst naar dat festival.”

Jakob B. reisde na de aanhouding af naar Hongarije en kreeg een briefje van zijn zoon via zijn advocaat Gergö Simon. Daarop stond: „Mooi dat je er bent. Het gaat verder goed met me.” Wat rest zijn vragen: „Ik weet ook helemaal niet wat Roelf aan zijn advocaat heeft verteld. En die mag als advocaat ook niet alles met ons delen. Roelf is zijn cliënt, niet ik.”