Nieuws/Binnenland
906941
Binnenland

Wettelijk recht op bronbescherming journalist

Journalisten krijgen het recht om hun bronnen te beschermen. Dat zogenoemde verschoningsrecht is alleen niet onbeperkt, een rechter kan beslissen dat een journalist in ernstige strafzaken alsnog verplicht is antwoord te geven.

Dat staat in een wetsvoorstel dat minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Journalisten hoeven daardoor in strafzaken geen informatie te verstrekken over de bronnen van hun artikelen. Andere getuigen zijn normaal verplicht om te antwoorden. Via het Europese recht hadden journalisten eigenlijk al verschoningsrecht, maar nu wordt dat ook in de Nederlandse wet geregeld. Daardoor kunnen journalisten makkelijker hun gelijk halen.

Het verschoningsrecht wordt echter wel beperkt. Als een journalist iets heeft gepubliceerd over strafbare feiten die nog moeten plaatsvinden en die dus te voorkomen zijn, kan de rechter de publicist alsnog verplichten zijn of haar bronnen prijs te geven. Ook bij ernstige feiten, zoals terrorisme, kan de rechter het recht op bronbescherming omzeilen.

Gijzelen

Journalisten kunnen nog steeds worden gegijzeld om hen tot een antwoord te dwingen, zoals tevergeefs bij twee Telegraafjournalisten gebeurde. „Maar alleen als de rechter het dringend noodzakelijk vindt”, bezweert een woordvoerder van Opstelten. De rechter-commissaris moet voortaan wel altijd toestemming geven als het OM een redactie of een woning van een journalist wil doorzoeken.

Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) heeft inmiddels in een wet opgeschreven dat de AIVD niet meer zomaar de bronnen van journalisten mag proberen te achterhalen. Als de inlichtingendienst daar bijzondere middelen voor in wil zetten, zoals afluisterapparatuur, moet er eerst toestemming komen van de rechtbank van Den Haag. De PvdA-bewindsman beloofde deze wet eind 2012 al, toen De Telegraaf een zaak bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) won, maar heeft hem nu naar de Kamer gestuurd.Een woordvoerder van Plasterk zegt dat hij sindsdien heeft gehandeld alsof de wet al in werking is getreden. Dus als de AIVD de bronnen van een journalist wilde achterhalen, stapte de minister naar de Haagse rechter met dat verzoek. Of dat ook is voorgekomen, wil de woordvoerder niet zeggen.

Kritiek

De Raad van State is kritisch op het voorstel van Opstelten, omdat die te veel mensen onder het verschoningsrecht wil laten vallen. Volgens de VVD-bewindsman moeten er, naast beroepsjournalisten, ook publicisten recht op hebben. Omdat met de komst van internet iedereen als een soort journalist kan optreden; en Opstelten wil die niet uitzonderen. Publicisten zijn volgens hem ’personen die op gestructureerde en regelmatige wijze, maar niet tegen betaling, een substantiële bijdrage aan het publieke debat leveren’.

Het wetsvoorstel van Plasterk gaat alleen om betaalde journalisten. De Raad van State wil ook dat die betaalde journalisten, of mensen die een andere bijdrage voor hun werk krijgen, de enige zijn met verschoningsrecht.