Nieuws/Binnenland

30 extra onderzoekers naar Oost-Oekraïne

Nederland stuurt 30 extra onderzoekers naar het oosten van Oekraïne. Zodra dat veilig genoeg is, kunnen ze snel terugkeren naar het gebied waar het neergehaalde vliegtuig van Malaysia Airlines terecht is gekomen. Dat heeft premier Mark Rutte vrijdag aangekondigd.

De 30 gaan naar de oostelijke stad Charkov, waar al 15 onderzoekers zijn. Hoewel ze het rampgebied nog niet in kunnen, wordt het team uitgebreid om snel te kunnen handelen als de situatie wel verantwoord is om weer aan het werk te gaan. „We zetten alles op alles om weer terug te keren”, zei Rutte.

De repatriëringsmissie werd begin augustus opgeschort omdat het te onveilig was in het rampgebied. Het staakt-het-vuren daar is volgens Rutte een hoopvolle ontwikkeling. Maar de veiligheid rond de crashsite is nog steeds „fragiel”, zei hij. Nederland houdt de situatie voortdurend in de gaten en kijkt samen met Maleisië, Australië, Oekraïne en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) of het mogelijk is weer verder te zoeken naar stoffelijke resten en bezittingen van slachtoffers van de vliegramp.

Ook het onderzoek naar de toedracht en de schuldigen is gebaat bij toegang tot het gebied, aldus Rutte. „Ik kan geen garantie geven dat we toegang krijgen tot de rampplek. Maar als we er kunnen werken, zullen we dat meteen weer gaan doen.” Het kabinet heeft altijd gezegd het liefst voor eind oktober weer aan de slag te gaan, omdat daarna de winter invalt.

Nederland onderhandelt volgens Rutte niet rechtstreeks met de rebellen die het rampgebied in handen hebben, omdat ons land die niet erkent. Die contacten lopen via de OVSE.

Het toestel van rampvlucht MH17 werd op 17 juli neergeschoten. Alle 298 inzittenden, onder wie 196 Nederlanders, kwamen om het leven.