Nieuws/Binnenland

Heerlijk eiland

De smaak van Curaçao

Dat Curaçao ons veel te bieden heeft aan zon, zee en strand weten we inmiddels wel. Toch is er meer te beleven op het eiland. Ook culinair zo ontdekte onze verslaggeefster, die zich zelfs liet verleiden tot het proeven van… leguaan!

‘De varkensstaart gaat hélemaal in de stoofpot, samen met wat uien, knoflook, hete pepertjes…” Clarita ratelt aan één stuk door, terwijl we langs de kraampjes van de ’drijvende markt’ in Willemstad struinen. Ze is net een wandelend kookboek; onze culinaire gids weet alles te vertellen over de meest uiteenlopende gerechten van Curaçao en de bijbehorende ingrediënten. Zuurzak, tamarindes, cassave, kokosnoten...

„Wij geloven in kokosolie, niet alleen om mee te koken maar het is ook nog eens goed voor allerlei soorten kwaaltjes.” Ze knijpt in de mango’s en mispels. Mispels? „Ja, wikkel die een dag of twee in zo’n krant van jullie, dan worden ze snel rijp, dat wist je toch hè. En onthoud dat voor een passievrucht geldt: hoe lelijker, hoe lekkerder.” Ondertussen wordt ze aan alle kanten begroet door haar amigos uit Venezuela. Zij bevoorraden deze markt – die tegenwoordig niet meer drijft maar gewoon aan wal staat – met fruit en groente vanuit hun geboorteland. „Da’s acht uur varen hoor, en ook weer acht terug!” De voorraadscheepjes van waaruit alle marktwaar verkocht werd toen de markt nog écht ’drijvend’ was, dobberen volgeladen in de verzengende hitte van de Antilliaanse zon.

 

Suikerdiefjes

Rijk begroeid is Curaçao niet (meer). Voor een grotere variatie aan planten en dieren bezoeken we het Christoffelpark, sinds 1978 het nationaal park van het eiland. Dankzij de regen van afgelopen tijd zijn de bomen fris groen. De wandeling naar de top, op ruim 370 meter, gaat dan ook door koele schaduwrijke begroeiing. Onderweg speuren we naar herten en suikerdiefjes. Met geluk! We spotten het kleine Curaçaose witstaarthertje, waarvan er in het hele park nog maar zo’n 200 rondlopen. Kijk vooral ook achterom tijdens de klim want de uitzichten zijn magnifiek. Het laatste stuk van de tocht is steil. Eenmaal boven fladderen er blauwgroene parkietjes en zingt de zwartoranje troepiaal ons een welkomstdeuntje toe. Hijgend genieten we van het weidse uitzicht; de ruige noordkust is goed zichtbaar, net als Plastic Baai in de verte en zelfs Kleine en Grote Knip.

We hebben flinke trek gekregen van onze klim en gaan lunchen bij Plasa Bieu. Deze authentieke ’eetschuur’ in Willemstad zit naast de overdekte markthal waar de lokale slager de varkensneusjes opgestapeld tegen de etalageruit heeft liggen. Plasa Bieu is de vroegere oude markt waar nog wordt gekookt op houtskool, een gewoonte die stamt uit de tijd dat marktvrouwen van heinde en verre naar de markt kwamen en er ter plekke hun maaltje kookten. De lunch is heilig op Curaçao. In Plasa Bieu schuiven we aan bij een van de lange tafels en kiezen uit het menu dat met stift op een karton staat gekrast. De gerechten zijn typisch Antilliaans, zoals stoba (stoofvlees), galina di smor (gestoofde kip) of vissoep. Vaak wordt er rijst bij geserveerd maar vraag eens om arroz moro (rijst met bonen).

Culinaire durfal

Voor de culinaire durfal staat er ook leguaan op het menu. Die wordt eigenhandig gevangen op het eiland. „Het is een stuk lekkerder dan een mals kippetje, maar dan moet je wél de leguaan eten uit de kunuku, het bos, en niet zo’n taaie stadsleguaan”, legt Clarita ons enthousiast uit. Is dat niet zielig dan? „Zielig? Nee hoor... Leguanen zijn geschapen om door de mens te worden gegeten. Die groenige, dat zijn de baby’s. Als ze ouder worden, zijn ze grauwer van kleur. Díe moet je hypnotiseren en dan vangen met een lasso.” Proeven doen we bij Jaanchies, een toeristisch eettentje aan de noordkant van het eiland. Eigenaar Jaanchi presenteert ons de menukaart met veel bravoure. Een tikkeltje huiverig eten we de leguaan, op ons netvlies staat nog het beeld van een levendig beestje dat zich in de struiken laaft aan de zonnestralen. Eén hapje is wel genoeg van deze Antilliaanse equivalent van ons biologisch kipfiletje. Het smaakt aardig, maar schuldgevoel speelt ons parten.

Iets verderop bij Jaanchies vandaan ligt Shete Boka, een nationaal park aan de noordkust met vele baaien en inhammen. Het meest bekend is Boka Tabla, een grot die aan één zijde vanaf land toegankelijk is en waar aan de andere zijde de door de noordoostpassaat opgestuwde zee naar binnen rolt. Met de hap leguaan nog maar net achter de kiezen staan we opeens in de onderwereld van Hades. Onvoorspelbare golven slaan neer tegen de rotsen. Het zoute water spoelt over onze voeten, een geweldig spektakel. En niet geheel ongevaarlijk: bij hoog water moet je absoluut uitkijken dat de woeste golven je niet de zee mee in sleuren.

Als je maag na de leguaan en het kijkje in de onderwereld nog een uitdaging aandurft, maak dan net als wij de oversteek naar Klein Curaçao. De zee kan onderweg ontzettend ruig zijn en een doosje reisziektepillen komt dan ook goed van pas tijdens de anderhalf uur durende tocht. Het eilandje is plat en schraal, met een smal reepje hagelwit strand en een paar hutjes. Voor de kust ligt echter de grootste attractie van dit kleine zusje van Curaçao: een schildpaddenwalhalla. Steek je hoofd in het turquoise water en overal zie je grazende en walsende schilpadjes. Wij kunnen er geen genoeg van krijgen.

Mispel

Inmiddels is het tijd om de mispel te proberen, die dagenlang op onze hotelkamer gewikkeld in een krantenpagina heeft gelegen. Het is net een grote kale kiwi, de smaak lijkt een beetje op een zoete peer. En omdat we alles proeven dit keer (behalve de varkensneus) wagen we ons ook nog aan het heilzame sap van de aloë vera. Dat deden we één keer en nooit weer, bah wat is dat bitter. Maar dan wel weer prima weg te spoelen met awa di lamunchi, puur limoensap met een beetje suiker en aangelengd met water. Dat is ook nog eens superverfrissend op warme dagen. En dat zijn ze hier alle 365!

Veel meer Curaçao vindt u op www.reiskrant.nl/verrereizen

 

Reiswijzer

Inmiddels zijn er diverse aanbieders die vliegen op Curaçao. Check voor losse tickets het internet voor de goedkoopste aanbieder. Kijk daar vooral ook naar complete reizen.

Shete Boka

Shete Boka maakt deel uit van het natuurpark Boka Tabla, dat grenst aan het Nationale Christoffelpark. Het is eigenlijk een verzameling van zeven rotsachtige inhammen die ook wel 'boka's' worden genoemd, en beslaat meer dan tien kilometer van de ruige noordkust van het eiland. Er bevinden zich mooie wandelroutes. Elke boka laat iets unieks zien. Bijzondere planten, drie soorten zeeschildpadden die er hun eieren leggen en de waanzinnig ruige kust waar golven op de rotsen beuken. Het water heeft een gigantische kracht, dat merk je zodra je via een stenen trapje de grot bij Boka Tabla afdaalt. De branding, die hier al vele miljoenen jaren langs de kust slaat, heeft onder het puntige kalksteenterras een grote diepe grot gemaakt. Het is indrukwekkend om het wilde water binnen te zien stromen. Een bezoekje dat vergezeld gaat met veel wind is het meest spectaculair.

 

Klein Curaçao

Dit eilandje is drie vierkante kilometer groot, ligt op ongeveer twee uur varen van Curaçao. Het is een kaal rotseilandje, dat als vogelbroedplaats fungeert. De wateren rond Klein Curaçao bieden goede duik- en snorkelmogelijkheden. Klein Curaçao is niet altijd zo kaal geweest. Het was ooit met veel gras begroeid en werd onder andere gebruikt om paarden op te laten grazen. Ook verloor het eilandje veel vegetatie door afgravingen voor fosfaatwinning. Op het strand ligt het wrak van een schip dat er 23 jaar geleden gestrand is. Momenteel heeft het eiland geen permanente bewoners meer maar onderwater is het tegendeel het geval; het barst er met name van de schildpadden en kleurrijke vissen.MissAnnBoatTrips verzorgt behalve de oversteek ook een uitgebreide lunch op het eiland.

Eettips

Jaanchies bij WestpuntRestaurant Shore van het Santa Barbara Resort (op een geweldige locatie aan de oceaan)Ginger in de sfeervol opgeknapte wijk Pietermaai in WillemstadLandhuis Brakkeput Mei Mei, op het voorterras van een historisch negentiende-eeuws plantagehuisMarkthal Plasa Bieu, wij aten er achterin bij 'Zus di Plaza'.