Nieuws/Binnenland

Crisis Oekraïne vertraagt kernwapendiscussie

De crisis in Oekraïne maakt het voor het kabinet nog lastiger om met andere landen te praten over de ontmanteling van kernwapens en te komen tot openheid over op z'n minst de aantallen atoombommen in Europa. Toch blijft het kabinet streven naar een kernwapenvrije wereld en „grotere transparantie” over die wapens.

Dat hebben de ministers Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) en Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie) aan de Tweede Kamer geschreven. Ze zijn het met de Kamer eens dat de kernwapentaak van de NAVO en daarmee ook van Nederland op termijn overbodig moet worden gemaakt. Het kabinet wil dit internationaal blijven aankaarten, ondanks de moeilijke internationale situatie van dit moment.

Eerder dit jaar heeft Nederland in de NAVO gezegd dat het belangrijk is concrete stappen te zetten op het gebied van ontwapening en transparantie. Maar „aandacht voor deze onderwerpen is in NAVO-kader onder de huidige omstandigheden niet bepaald onomstreden”, schrijven de ministers. Volgens hen bestaat er ook „weinig animo” voor voorstellen om de NAVO en Rusland informatie te laten delen over aantallen niet-strategische nucleaire wapens en mogelijk ook over locaties waar deze liggen en de beveiliging ervan.

Nederland heeft verder met de Verenigde Staten en andere NAVO-partners gesproken over mogelijkheden om de huidige geheimhoudingsregels over de kernwapens te moderniseren. „Ook hier doet de crisis rond Oekraïne zich gelden.” Zo is er geen bereidheid om in de NAVO te spreken over het bekendmaken van de totale aantallen kernwapens, aldus de ministers.

Een Kamermeerderheid had het kabinet opgeroepen er nu al in de NAVO voor te pleiten om de Nederlandse kernwapentaak te stoppen. Maar het kabinet voelt niets voor zo'n eenzijdige beëindiging. „Nederland neemt verantwoordelijkheid voor zijn rol in de collectieve verdediging van het bondgenootschap.”