Nieuws/Binnenland

Brandbrief van vluchtelingen over jihad

Organisaties van mensen die gevlucht zijn voor de terreur van islamitisch extremisme in landen als Syrië en Irak hebben in een brandbrief aan de ministers Opstelten (Veiligheid en Justitie) en Asscher (Sociale Zaken) opgeroepen veel meer te doen dan de huidige aanpak van jihadisme. Alle zeilen moeten worden bijgesteld om de verspreiding van de onderliggende extremistische ideologie te stoppen. De huidige aanpak is niet krachtig genoeg. Dit stelt de koepel van deze vluchtelingen, Vluchtelingen-Organisaties Nederland (VON), waarin 400 organisaties samenwerken.

Het gaat grotendeels om mensen die repressie in hun land van herkomst zijn ontvlucht. Ruim 80 procent van hen is moslim, uitgeweken voor extremistische islamitische praktijken in landen als Afghanistan, Pakistan, Somalië, Syrië en Irak.

De afgelopen vrijdag bekendgemaakte maatregelen van het kabinet acht VON onvoldoende. „De jihadisten zijn er niet toevallig, ze vormen een grensoverschrijdende beweging op basis van een gedeelde religieuze ideologie, die de ware voedingsbodem is van deze ellende. Kennelijk rust er in Nederland nog steeds een taboe op het benoemen van religieuze ideologieën. Jihadisme is de meest gewelddadige vorm van een ideologie genaamd de politieke islam,” staat in de brief.

„Wij weten waar we het over hebben aangezien velen van ons juist voor de politieke islam zijn gevlucht. Die ideologische basis moet worden benoemd. Het niet expliciet benoemen van het probleem is riskant. Een misplaatste bescherming van religie hindert het opstellen van een adequate probleemdefinitie en oplossing voor religieus extremisme.”

Huiskamers

Volgens VON gaat het niet alleen om jihadisten die afreizen naar Syrië of Irak. „Het begint bij de ideologie die nu voet aan de grond begint te krijgen. Deze ideologie dringt de huiskamers binnen. Dat moet worden gestopt,” meent de VON.

De vluchtelingenorganisaties willen een omslag in het denken. „Nederland moet af van het idee dat jongeren gefrustreerd raken wegens uitsluiting en discriminatie op de arbeidsmarkt om vervolgens af te reizen naar Syrië of Irak. Geen enkel serieus wetenschappelijk onderzoek toont aan dat jongeren om die reden meedoen aan massaverkrachtingen en –onthoofdingen.”