Nieuws/Binnenland

Opslag reisgegevens Nederlanders van de baan

De reisgegevens van alle Nederlanders worden niet centraal opgeslagen. Het kabinet wilde alle gegevens registreren om beter te kunnen achterhalen of mensen zich in het buitenland aansluiten bij de jihad. Maar de Tweede Kamer vindt deze maatregel uit het actieplan tegen jihaddisme veel te ver gaan, bleek donderdag tijdens een debat over de maatregelen.

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) trok dat onderdeel daarop in. Volgens hem komt er nu een technische voorziening waarmee de namen van jihadgangers in de reisbestanden kunnen worden opgespoord. Daarvoor is geen nieuwe wetgeving nodig, zei hij.

Een Kamermeerderheid steunt de rest van het actieplan wel. Een flink deel van de oppositie is echter zeer kritisch. Zo hebben D66, SP en GroenLinks grote twijfels over het voornemen om zonder rechterlijke tussenkomst het paspoort af te nemen van mensen die zich schuldig zouden maken aan terroristische acties. Vanwege de snelheid neemt de minister daarover zelf een besluit, zei Opstelten, waarna beroep mogelijk is bij de rechter.

PVV en CDA vinden het hele actieplan te slap en te laat. Het zou bovendien vooral bestaan uit opgepoetste oude maatregelen. PVV-leider Geert Wilders noemde het kabinet een „struisvogelbrigade”, die de gevaren van de islam niet wil zien.

Zowel CDA-leider Sybrand Buma als zijn D66-collega Alexander Pechtold haalde hard uit naar het optreden van Opstelten in het debat. Buma noemde dat „chaotisch” en „een minister van Justitie onwaardig”. Volgens Pechtold was de minister volstrekt onvoldoende voorbereid op de reeks van vragen die hij kreeg voorgeschoteld.

Buma kwam overigens ook zelf onder vuur te liggen over zijn pleidooi voor een verbod op de verheerlijking van terroristisch geweld. Een Kamermeerderheid vindt dat je daardoor de vrijheid van meningsuiting om zeep helpt terwijl dat juist een groot goed van de rechtsstaat is. Haatzaaien en uitingen daarvan kunnen al aangepakt worden, vindt ook Opstelten. Buma kreeg evenmin zijn zin met een verbod op de radicale moslimgroep Hizb ut Tahrir. De minister ziet er nu geen aanleiding voor maar is wel bereid een onderzoek in te stellen.

Opstelten was na het debat niet onder de indruk van de kritiek die hij vanuit de oppositie kreeg. „Het was een scherp debat, dat verdient het onderwerp ook.” De minister constateerde dat het kabinet „brede steun“ heeft voor zijn voornemens.