Nieuws/Binnenland

Pensioenpremie gaat niet omlaag

Ons Pensioenland wordt gekenmerkt door ongebreidelde regelgeving en door veranderingen die elkaar in rap tempo opvolgen. Sommige veranderingen hebben een hele lange aanloop nodig gehad, zoals het Nieuw Financieel Toetsingskader. Eindelijk is dat er dan.

Al sinds 2010 steggelen de Sociale Partners en de politiek over een goede financiële opzet van pensioen. De financiële opzet moet robuust zijn en toekomstbestendig. Daar staat tegenover de wens van de politiek tot lagere pensioenpremies.  Daarom zijn de pensioenen in 2014 verlaagd en in 2015 volgt een tweede verlaging. Men beoogt hiermee 3 miljard aan extra belastinginkomsten binnen te halen, maar gaat dat ook lukken?

 

Trager indexeren

Vanuit diverse kanten is er veel kritiek op het Nieuw Financieel Toetsingskader. Onder het Nieuw Financieel Toetsingskader zullen de pensioenfondsen namelijk veel trager gaan indexeren. Dat komt ten eerste omdat de pensioenfondsen hogere buffers moeten gaan aanleggen dan nu het geval is. Ten tweede gaan voor een volledige indexatie strengere eisen gelden. Zoals het er nu naar uitziet, zal de indexatie de komende jaren op een laag pitje staan. De gepensioneerden voelen dat direct in de portemonnee. De actieven gaan dat op termijn ook voelen. Als de actieven dat willen voorkomen, is er maar één mogelijkheid: het inkopen van een vaste klim (gegarandeerde indexatie). Hierdoor stijgt wel de pensioenpremie.

 

Hogere buffers

Zoals gezegd moeten de pensioenfondsen hogere buffers gaan aanhouden. Die buffers zijn bedoeld om beleggingsrisico’s te kunnen opvangen, zodat de pensioenen ook in slechte tijden nagekomen kunnen worden. Ten opzichte van de huidige spelregels gaan de buffers met zo’n 5%-punt omhoog. De noodzakelijk dekkingsgraad van een gemiddeld pensioenfonds stijgt grosso modo van 120% naar 125%. Dat betekent ook dat bij de berekening van de pensioenpremie rekening moet worden gehouden met een hogere buffer. Daardoor stijgt de pensioenpremie.

 

Rekenrente

Dan is er nog de rekenrente. De rekenrente staat op een historisch dieptepunt. Voor een gemiddeld pensioenfonds is de rekenrente ongeveer 2%. In het Nieuw Financieel Toetsingskader wordt de rekenrente afgeleid van het 10-jaarsgemiddelde van de 20-jaarsrente. Indien de rente de komende jaren langdurig laag blijft, zal dit gemiddelde automatisch gaan dalen. Immers, de hogere rentes van de afgelopen jaren vallen uit het gemiddelde en de nieuwe lage rentes komen er bij. Hoe lager de rente, des te hoger de pensioenpremie. De kans is dus reëel dat in het nieuwe systeem de pensioenpremies automatisch gaan stijgen.

 

Weg is de premieverlaging

De lage rente heeft kan een opwaarts effect op de pensioenpremie hebben van wel 30% tot 40%. Dat is zeker het geval indien de rente langdurig laag blijft. Samen met de overige duurdere consequenties van het Nieuw Financieel Toetsingskader, zorgt dit ervoor dat de pensioenpremies zullen stijgen. De premieverlaging die met de in 2014 doorgevoerde pensioenversobering én de pensioenversobering 2015 wordt beoogd, wordt hierdoor geheel teniet gedaan.