Nieuws/Binnenland

Pubers drinken fors minder

Jonge pubers zijn in de afgelopen 10 jaar spectaculair minder gaan drinken. Dat blijkt uit maandag gepubliceerd onderzoek naar de gezondheid en het welzijn van Nederlandse scholieren tussen de 11 en 16 jaar.

In 2003 had 70 procent van de basisschoolleerlingen uit groep 8 al eens een glas alcohol gedronken. Ruim 10 jaar later blijkt dat nog maar 17 procent te zijn. Jeugdonderzoekster Wilma Vollebergh van de Universiteit Utrecht zegt dat de opvoeding strenger is geworden. Een andere verklaring is dat ouders zich meer realiseren hoe slecht drank is voor opgroeiende kinderen.

Het onderzoek laat ook zien dat tieners minder vaak sigaretten en wiet roken. Zo roken 14-jarigen bijna helemaal niet meer.

Ook is het aantal middelbare scholieren dat seks heeft gehad, is sterk gedaald. Was dat in 2001 nog 16 procent, nu geeft nog maar 10 procent van de pubers aan al seksuele ervaring te hebben.

Of de pubers ook echt gelukkiger zijn geworden dankzij hun brave gedrag, valt te betwijfelen. In 2001 gaven de ondervraagden hun leven nog een 8 als eindcijfer. Nu is dat 'nog maar' een 7,6.

Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) noemde de uitkomst van het onderzoek 'hoopvol'. ,,Niet roken en drinken onder de 18 is de nieuwe norm en hieruit blijkt dat steeds meer ouders en kinderen dat ook zo voelen.''

Hoewel Nederlandse jongeren nu, in tegenstelling tot 10 jaar geleden, niet meer omschreven kunnen worden als de zuipschuiten van Europa, blijven er risicogroepen. Dat zijn met name kinderen die op het vmbo zitten en/of uit gebroken of uit de minst welvarende gezinnen komen, aldus het onderzoek. Ook is het alcoholgebruik onder 16-jarigen niet afgenomen. Uit de onderzoeksresultaten die de komende 4 jaar worden verzameld, moet blijken of de verhoging van de leeftijd voor de verkoop van tabak en alcohol, die dit jaar werd doorgevoerd, effect heeft gehad op het drankgebruik en roken van deze groep jongeren.