Nieuws/Binnenland

Suriname krijgt stelsel sociale zekerheid

Een minimumloon, een verplichte ziektekostenverzekering en een algemene pensioenwet. Dat zijn de belangrijkste onderdelen van het sociaal zekerheidsstelsel dat Suriname sinds vrijdag kent. Na een marathonvergadering nam het Surinaamse parlement de wetten vrijdagmorgen vroeg met een minimale meerderheid aan.

Waarnemend parlementsvoorzitter Ronnie Brunswijk sprak na de stemming van een „historisch moment” voor Suriname. Over een sociaal stelsel was bijna 40 jaar discussie.

De verplichte ziektekostenverzekering moet er voor zorgen dat meer Surinamers goede zorg krijgen. Nu zijn nog veel mensen onverzekerd. Volwassenen gaan ruim 38 euro premie per maand betalen. Voor kinderen tot 16 en mensen boven de 60 jaar betaalt de regering van president Desi Bouterse de premie. Deze subsidie geldt echter niet voor de buitenlanders in Suriname, zoals Nederlanders. Zij moeten wel verplicht meedoen met de verzekering.

Het minimum uurloon is vastgesteld op ongeveer 1 euro (4,29 Surinaamse dollar). Het bedrijfsleven vindt dit aan de hoge kant, zij hadden 0,70 euro per uur voorgesteld. Toch is deze 200 euro per maand nog te weinig om van rond te komen. Daarvoor is minimaal 285 euro nodig. Daarom zal het minimumloon na een jaar opgetrokken worden naar dat bedrag.

Het nieuwe pensioenstelsel lijkt op het Nederlandse systeem waarbij de werkende mensen betalen voor de gepensioneerden. Omdat bedrijven nu niet verplicht zijn een pensioenregeling te hebben, moeten veel ouderen het doen met alleen een oudedagsuitkering van de overheid.