Nieuws/Binnenland
919980
Binnenland

175 jaar spoorwegen en pionier F.W. Conrad

Iconen van het spoor

Je kunt bijna niet geloven dat het conservator Jos Zijlstra van het Spoorwegmuseum in Utrecht ernst is als hij de fraaie maquette van een brug 'dé Rembrandt van onze collectie' noemt. Het houten schaalmodel, gemaakt door de beste ambachtslieden van rond 1840, staat op de expositie in een soort tent in de grote hal van het museum met daaromheen de vroegste locomotieven die in Europa konden worden geleend. In deze tent wordt het succes in leven en werk van de veelzijdige spoorwegpionier Frederik Willem Conrad (1800-1870) belicht.

Barrières

Die eerste spoorlijnen zorgden voor veel problemen. Een wapenfeit was Conrads bemoeienis met het tracé Amsterdam-Rotterdam, de zogenaamde Oude Lijn, zoals deze verbinding in spoorwegkringen genoemd wordt. Er waren tal van barrières, van het Spaarne bij Haarlem tot de Leidse trekvaart. En voor iedere situatie moest ingenieur en bruggenbouwer Conrad met steeds andere oplossingen komen. Voor de Oude Lijn ontwierp hij niet minder dan 98 spoorbruggen, waaronder kraan-, rol-, tralie, vijzel- en draaibruggen. In het westen van Nederland was de bodemgesteldheid steeds weer anders. Vooralsnog stonden sommige bruggen open totdat er een trein aan kwam stomen.

Eendenkooi

Conservator Jos Zijlstra: "De problemen waarmee spoorwegpionier Frederik Conrad te maken kreeg, waren uiteenlopend. Zo zorgde de eigenaar van een eendenkooi ervoor dat Conrad een geluidswal moest aanleggen, de eerste in Nederland."

 De kasteelheer van kasteel Duivenvoorde wilde wel een stuk grond afstaan, maar eiste dat de trein wachtte als hij zijn landgoed verliet. Een verfomfaaide rode vlag op de expositie herinnert aan deze geschiedenis. Verder hield Conrad zich bezig met de stoomlocomotieven en hun brandstof, het spoorwegpersoneel en - niet in de laatste plaats - de bouw van de stations.

Great Western Railway

Conrad was goed op de hoogte van de ontwikkelingen in het buitenland en bewonderde met name zijn evenknie, de Engelse hoofdingenieur Isambard Brunel, de man die verantwoordelijk was voor de Great Western Railway (de lijn van Londen naar Bristol). Misschien als eerbetoon aan Brunel bouwde Conrad in Rotterdam een kopstation in tudorstijl, dat lijkt op de schepping van Brunel voor station Bristol. Overigens stond het eerste station in Rotterdam op een steenworp afstand van het huidige station, en zoals alle stations uit die tijd een flink eind buiten de stad. Al deze investeringen in een nieuw fenomeen waren niet mogelijk zonder de uitgifte van aandelen. Op de expositie is zo'n aandeel van duizend gulden te zien. Tot de durfkapitalisten uit de eerste helft van de negentiende eeuw behoorde ook koning Willem I. Hij verwierf niet minder dan 73 aandelen van de 1300 stuks die werden uitgegeven.

De Arend

Brunel eindigde in 2002 bij de verkiezing van de grootste Brit aller tijden op de tweede plaats. Churchill ging hem voor, maar Shakespeare kreeg de derde plaats. Met de presentatie 'Frederik Willem Conrad, spoorwegpionier' hoopt het Spoorwegmuseum dat deze ingenieuze duizendpoot uit de begintijd van de spoorwegen grotere bekendheid krijgt. Deze zomer is ook een goed moment om hem te herdenken. Dit jaar vieren de spoorwegen in ons land hun 175e verjaardag. Conservator Jos Zijlstra: "In het kader van dit jubileum is op het terrein van het Spoorwegmuseum een stuk breedspoor aangelegd, zodat met onze oeroude stoomlocomotief De Arend langer 'onder stoom' kan worden gereden."

Iconen

Voor de jubileumexpositie in Utrecht zijn uit Engeland, Zweden, Duitsland en Frankrijk met groot materieel 'iconen' van het spoor naar Utrecht gehaald. Sommige topstukken zijn werkende replica's, maar de Franse Crampton no.80 uit het Cité du Train in Mulhouse niet. Dit gevaarte met grote drijfwielen haalde rond 1880 al 120 km per uur. In totaal reed 'Locomotive Crampton' op het traject Parijs-Straatsburg zo'n tweeëneenhalf miljoen kilometer.

Unieke brugmodellen

De locomotieven staan in een opstelling die doet denken aan de setting van de wereldtentoonstelling in Londen in 1851. Daar, in Crystal Palace, demonstreerde Conrad zijn unieke brugmodellen. Hij genoot inmiddels ook in het buitenland grote faam. De daadkrachtige ingenieur-directeur van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij keerde terug bij Rijkswaterstaat en zou zich o.a. met de aanleg van het Noordzeekanaal bezighouden. Uiteindelijk kreeg hij de eervolle functie 'president van de internationale commissie van ingenieurs voor de bouw van het Suezkanaal'. Hij maakte de opening in 1869 mee, maar overleed op de terugreis in een hotel in München.

www.spoorwegmuseum.nl