Nieuws/Columns

Opinie Wouter de Winther

Huiverig

Rara wie wordt het? Dat viel de afgelopen week in het Haagse te horen, toen duidelijk werd dat GroenLinks een formatiepoging zou gaan ondernemen met VVD, CDA en D66. De onschuldig klinkende vraag had een diepere betekenis en sloeg op personele invulling van de groene partij, als het tot regeren zou komen. „We maken Wynand Duyvendak minister van Binnenlandse Veiligheid”, sarde een voornaam fractieleider al, hintend op het dubieuze verleden van de poppenspeler van GroenLinks. Als een held werd de man op de verkiezingsavond op het podium gehesen door voorman Jesse Klaver: „Dit is misschien wel de beste campagneleider die Nederland ooit gezien heeft.”

Misschien ook wel niet. Ambtenaren en bedrijven die in de jaren tachtig werden geterroriseerd vanuit kringen waar ook zelfverklaard inbreker Duyvendak zich thuisvoelde, vinden waarschijnlijk dat hij helemaal niet op een podium thuishoort.

De generatie die GroenLinks nu in het zetelzadel heeft geholpen, voor een belangrijk deel studenten die autobelastingen niet erg vinden omdat ze nog geen rijbewijs hebben, heeft het keuzevak geschiedenis kennelijk links laten liggen. Zij kijken vooral naar de getalenteerde partijleider, die zich al snel onderscheidt in het braakliggende linkse speelveld.

Toch zijn veel Nederlanders het verleden van Duyvendak en zijn GroenLinks nog lang niet vergeten, realiseren VVD en CDA zich goed.

De liberalen zijn pragmatisch aan het verkennen of ze nog iets met de groene partij kunnen uitspoken in een regering. Maar bij het CDA gaan de alarmbellen al volop af. Het was de voorbije week opvallend hoe kritisch christendemocraten achter de schermen spraken over de groene partij, bijvoorbeeld om haar soepele koers rond integratie en immigratie. Het is denkbaar dat niet de VVD, maar het CDA straks het hardst ’nee’ zegt tegen een samenwerking tussen deze vier partijen.

Dat wordt dus nog even knarsetanden voor onderhandelaar Sybrand Buma en zijn secondant Pieter Heerma, de zoon van voormalig partijleider Enneüs Heerma. Het duo kent elkaar al sinds begin deze eeuw, toen de twee samen in de fractie kwamen te werken. Buma werd in 2002 Kamerlid, Heerma was woordvoerder van de fractie. Heerma passeert nu de nummer twee Mona Keijzer en stemmentrekker Pieter Omtzigt. Dat kan van pas komen als er een vacature voor het fractievoorzitterschap ontstaat, mocht Buma het kabinet in gaan.

Aan tafel ontmoet het CDA-duo straks Klaver en de GroenLinks-politica Kathalijne Buitenweg. Dit tweetal heeft weinig ervaring met Den Haag, laat staan met onderhandelen op het scherpst van de snede. Daar weten Rutte, Buma en D66-leider Alexander Pechtold veel meer van. Het ligt voor de hand dat Klaver en Buitenweg voortdurend ruggespraak houden met partijkanonnen als Duyvendak, Paul Rosenmöller en Femke Halsema.

De Tweede Kamer mag zich de komende maanden gaan vervelen, want veel beleid te controleren valt er niet. Dat komt vooral de PvdA goed uit, die in sneltreinvaart afscheid moet nemen van veel trouwe krachten. De sociaaldemocraten bezetten de afgelopen periode nagenoeg alle vier etages van het ex-ministerie van Koloniën. Nu worden de negen PvdA’ers en hun uitgedunde staf letterlijk verbannen naar drie hoog achter.

Ook in de vergaderzaal van de Tweede Kamer is het inschikken. Denk en het Forum voor Democratie waren niet als enige teleurgesteld over de stoelendans rond de zetel-indeling in ’s lands politieke arena. PvdA-voorman Lodewijk Asscher is op de derde rij gezet, ver achter Klaver en SP-voorman Roemer. „Men gunt ons niks meer”, constateert een ervaren PvdA’er over de troostprijs.

Troost kunnen ook PVV’ers de komende jaren bij elkaar in de oppositie zoeken. Hun leider Geert Wilders zei enige tijd terug al in deze krant dat hij spijt in de politiek ’zinloos’ vindt. Het terugnemen van uitspraken over ’minder Marokkanen’ zat er dan ook niet in, wat de andere partijen alle ruimte geeft om hem van coalitiesamenwerking uit te sluiten.

De 1,3 miljoen Nederlanders die op de PVV stemden, blijven met lege handen achter. Althans, hun verhaal zal niet in daden in een regering worden omgezet, maar in de oppositie door de 20 parlementariërs worden uitgevent. Veel PVV-stemmers begrijpen niet waarom Wilders geen serieuze onderhandelingen mag voeren met VVD en CDA, iets wat hij volgens het verslag van verkenner Edith Schippers ’bijzonder graag’ wilde. Wie heeft gezien hoe VVD-premier Rutte de afgelopen jaren door Wilders is uitgemaakt voor rotte vis, zou evenwel van kiezersbedrog kunnen spreken als de twee nu ineens zouden gaan samenwerken alsof er niets aan de hand is. Dat weet Wilders natuurlijk ook wel.

De grote vraag voor de PVV is hoe de nieuwe Kamerleden hun werk de komende jaren gaan invullen. Nemen zij genoegen met de rol aan de zijlijn die hun baas comfortabel genoeg acht? Of brengt de blauwe lederen zetel een verantwoordelijkheidsgevoel boven die het serieus streven naar regeringsdeelname de volgende keer wel in beeld brengt?

Dat de tweede partij van het land (voor een belangrijk deel door eigen toedoen) bij voorbaat buiten het formatiespel staat, is uit democratisch oogpunt immers ongewenst.